Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «Wat bedoel je met God, Elsje?»

Elsje keek mij met peinzende verwondering aan.

— «Geloof je dan alleen aan Christus en niet aan God ?»

— «Als ik een woord gebruik wil ik er iets mee bedoelen. Na lange jaren waarnemens en denkens begin ik iets min of meer duidelijk te bedoelen als ik Christus zeg. Waarom? — omdat ik van Christus zooveel teekenen kreeg, zintuigelijke en inwendige, dat ik er een vaste Idee uit vormen kan, geen voorstelling, geen beeld, maar een Idee, wat de professoren een hypothese noemen, en waaraan men gelooven moet zooals ieder geleerde aan zijn hypothese moet gelooven, zonder volstrekte zekerheid, maar met aldoor dichter benaderende waarschijnlijkheid, zoodat men voorzeggingen kan doen en die bevestigd zien door ervaring. Dat is 't geloof, dat dichters en geleerden, en oorspnnkelijken en kudde-menschen allen evenzeer van noode hebben».

— «En geeft God dan niet zulke teekenen?» vroeg Elsje.

— «Geduld, kind! eerst komen de teekenen en dan eerst volgt de conclusie. Ik zie hier een prachtig, zegenrijk, troostrijk tafreel. Dat is een teeken. Maar van wat, en van wie.? Van een hooger wezen dan Christus? Zeker. Want aarde en zon, die dit teeken maakten, zijn meer dan de menschheid. Maar onze

Sluiten