is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd, en kinderen op den arm, Polen met sjofele jassen en astrakan-mutsen, lange blonde Scandinaviers met breede kaken en koelbloedig geduld, kort stevige Italianen met vilthoeden en gekleurde dassen, een ristje vaal-bruine Siamezen, jongleurs of gymnasten, met platte goudgeborduurde mutsjes op, en vermoeide lustelooze, door kou en zeeziekte naargeestig ontkleurde gezichten. En tusschen deze groezelige, babbelende, noten en sinaasappelen etende, soms muziek-makende en dobbelende menschentroep, half versuft en ontdaan door den doorstanen meestal vinnigen en rusteloozen levenskamp, met de vage verwachting van toekomstigen rijkdom en pret in den blik, — zag ik mijn lieve, teedere vrouw, met haar nu donker omkringde, maar blij-innig glanzende oogen, en fijne bleeke trekken, — en tusschen het gezang, geëet, gebabbel en gedobbel groeide ons subtiele, zachte gesprek als een vreemde, uitheemsche plant tusschen scherven. Doch Elsje beschaamde mijn verkeerden trots, en bemoeide zich vroolijk en gedienstig met dit van overal bijeen gewaaide zoodje menschheid, op allerlei wijze zich verstaanbaar en geliefd makend, in de uitstroomende vreugde van haar nieuwe leven. Ik zelf was weinig vroolijk, maar eer diep-ernstig en droevig, schoon met die rijke en -zachte somberheid, die tot verheven gedachten voert. Vooral de herinnerig aan mijn kinderen kon mij vcor uren lang diep terneer-