is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar Christus is nog in nood en pijnen. Hij is nog in de barensweëen, in de groei-smart. Onze wereld is zoóals mijn broeder Hebbel 't zei; een wonde Gods. Maar zooals ik er bij zeg : een genezende wonde. Daarom niet minder smartelijk. En wat het echte huwelijk van het onechte onderscheidt is juist zijn smartelijkheid. Nooit heb ik door Lucia geleden wat ik door Elsje leed. In het schijngeluk ligt tevredenheid en voldaanheid, in het waarachtige een eeuwig knagend en folterend verlangen, een méér willen, méér, — meer zich willen uiten, inniger zich willen vereenigen, vaster onverbrekelijker, eeuwiger verbonden zijn. Elsje en ik werden gestadig gekweld door onze machteloosheid om elkander de volheid van ons gevoel te beduiden, door onze zorg voor elkanders welvaren en geluk, door onze onzekerheid omtrent hetgeen leven en dood ons brengen zou, door onzen wensch om niet gescheiden te zijn en den zegen van elkanders bijzijn gestadig te ondervinden.

Zelfs als ik in de rustigste, vredigste oogenblikken bij haar zat en haar aandachtig beschouwde, zoodat Möricke's woorden in mij oprezen:

«Wenn ich von deinem Anschaun tief gestillt «Mich ganz mit deinem heil gen Werth begnüge»,

ook dan nog was er in mijn liefde een geheimzinnige teedere smartelijkheid, buiten alle overwegingen en