Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn Vader in den droom naar Jezus vroeg, wees hij mij de fraaie teekening op de vleugels van een vlinder. En al denkend daaraan begon ik te vermoeden wat Jezus is. Het is eigenlijk zoo eenvoudig, zoo voor de hand liggend. Eén van beiden: öf die vliuderteekening is toevallig ontstaan, öf ze is gemaakt met wil, gevoel en denkend overleg. Eeuwen lang heeft men er God, de Hoogste Almacht voor aansprakelijk gesteld, en toen de geleerden eindelijk niet langer konden gelooven aan zooveel tegenstrijdigheid en zooveel onvolmaaktheid in een almachtig volmaakt Wezen, toen deden ze al hun best te bewijzen dat de schoone vlinderteekening geheel toevallig was ontstaan. Wat nog veel dwazer is dan te denken dat een ets van Rembrandt of een beeld van Phidias een toevallige formatie is. En het tegendeel volstrekt te bewijzen is onmogelijk. Men kan alleen spreken van allerhoogste onwaarschijnlijkheid. Maar ik ken geen hoogere onwaarschijnlijkheid dan deze, dat een vlinder, een bloem of een mensch een toevallig product is van blinde krachten, gesteld dat men van blinde of onbewuste krachten kon spreken. Dat de zon en de sterren om de aarde draaien, dat de Egyptische hieroglyphen toevallige krassen in 't graniet zijn, dat is alles nog \»eel minder onwaarschijnlijk. Maar dan zijn het ook levende denkende, gevoelende, willende wezens, die vlinder,

Sluiten