Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondervonden is blijvend opgeteekend in het geheugen der Almacht. Meer en uitvoeriger kan ik niet er over spreken, wij moeten ons met dat hoofddenkbeeld troosten».

— «Als jij getroost en moedig bent, lieve man, ben ik het ook».

— «Ik ben het. Want al moet ik nog tien of twintig eenzame jaren doorleven na ons afscheid, ik heb mijn studie en mijn werk, en ik heb ook mijn nachten, waarin ik je roepen zal. En je zult wel willen komen

als ik je roep.»

«O liefste, of ik komen wil! — Als'ik weet dat

het je troosten kan! — Of ik komen wil!» —

En haar matte oogen glimlachten om het verregaand overbodige van mijn vraag.

— «En als je weer sombere oogenblikken hebt, lieve man, zul je dan mij vergeven dat ik je er toe gebracht heb, zooveel verdriet te doen en te ondergaan? — Ik weet wel, dat je nooit bitter over mij denkt en mij alles vergeeft, in je blije, krachtige tijden, als je echte, ware wezen overheerscht. Maar er komen ook neerslachtigheden. Zul je dan niet bitter aan me denken?»

— «Vraag eerder, Elsje, of ik het Christus zal verbeven dat Hij mij er toe bracht jou zooveel te doen jijden, dat Hij mij niet sneller en duidelijker mijn weg

Sluiten