is toegevoegd aan uw favorieten.

Olle vrunden in Grönnegerland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar feitelijk niet anders zijn dan vierkante gaten in den grond; daarin worden 's winters de aardappelen bewaard. Om ze er voor dagelijksch gebruik uit te halen, dient men plat op den buik te gaan liggen en zóó, met hoofd en armen er in, zoolang in de duisternis te grabbelen tot men genoeg heeft. Om de laatste te krijgen, moet men er heeletnaal en dus eerst met de beenen inkruipen.

Muf, heel muf is het er, want versche lucht kan er niet komen, behalve wanneer de beddeuren eens openstaan en dan is het kamerlucht en die is bij Hann en Martje ook verre van frisch.

De kamer is laag onder verdieping en heeft een zwart geverfden zolder. Aan den eenen balk staat met krijt geschreven: „eendkuukens komen oet zesden Juli", aan een anderen balk staat: „biggen binnen tieg de leste van Junimoand".

De kamer heeft drie ramen, twee aan den voorkant, een op zij. Gordijnen zijn er niet voor, want dat wordt als weelde beschouwd door Harm en „weelte komt noa de hieptaik". Het ameublement bestaat uit zes stoelen, vier stoven, eene kleine kookkachel, eene schilderij voorstellende „Abraham's offerande", een pulpitrum en eene langwerpig vierkante tafel, waar halverwege de pooten nog eene verdieping is aangebracht, zoodat het eigenlijk eene dubbele tafel kan heeten.

De eenige weelde, die het echtpaar zich ooit heeft veroorloofd, is, dat ze zich in de bruidsdagen hebben laten photografeeren; ze hebben toen moeite gedaan, samen zes portretten te krijgen, inaar daarvan wilde de man niet hooren, minder dan zes voor ieder wilde hij niet leveren. Ze hadden er dus twaalf samen en toen moest het dan ook maar in eens goed, zoo overlegden ze en ze kochten er twaalf precies gelijke lijstjes met standertjes bij en daarin kwamen de portretten.