is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnen een physiek lijden aan te duiden, met plotselinge, hevige aanvallen, waarin iets vernederends lag. Moet deze ziekte in verband gebracht worden met hetgeen wij Gal. 4: 13 (vgl. Hand. 16:6) lezen? Omdat hier verder gezegd wordt, dat de Galatiërs den apostel om zijn beproeving in het vleesch niet hebben veracht noch verfoeid, maar zich, zoo mogelijk, de oogen uitgegraven en ze hem zouden gegeven hebben, zijn sommigen (Rückert, Nyegard, ') Farrar) van oordeel, dat wij aan een oogziekte hebben te denken. Hiermede brengt men dan in verband de 7njA/>cas •yp&ntJi.xTx van Gal. 6: 11. Die oogziekte zou uit de blindheid, waarmede Paulus op den weg naar Damaskus geslagen werd, zijn voortgekomen. Farrar gaat zelfs zoo ver, dat hij zich den apostel voortdurend met een geleider denkt. Afdoende is dit alles echter niet. Men zegt immers wel meer: ik heb u zóó lief, dat ik mijne oogen wel voor u zou willen missen. De groote letters van Gal. 6:11 behoeven ook niet noodwendig op rekening van slechte oogen gesteld te worden. Ook kon Paulus zeer goed alleen reizen (Hand. 20: 13). Waarom op de wondervol genezen blindheid een oogziekte moest volgen , is niet duidelijk. Evenmin hoe in zulk een ziekte iets verachtelijks en vernederends lag, noch (wanneer men Gal. 4:13 met 2 Kor. 12:7 meent te mogen combineeren) hoe zulk een kwaal kan worden omschreven als in 2 Kor. 12 : 7 geschiedt.

Er is meer reden om aan epilepsie te deuken. Bij deze ziekte valt de mensch plotseling bewusteloos neer, terwijl zich weerzinwekkende verschijnselen voordoen. Dit past beter bij 2 Kor. 12 : 7 en tót op zekere hoogte ook bij Gal. 4 : 13. Een groot bezwaar is echter, met het oog op de laatstgenoemde plaats, dat een aanval van epilepsie niet langer dan eenige uren, hoogstens eenige dagen duurt, en dus niet een geheele verandering in het reisplan van den apostel heeft kunnen teweegbrengen. Ook kan men vragen, of een reus-

1) Revue ehrétienne, 1878.