is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. De stichting van de gemeente te Rome.

Men kan zich de stichting van de gemeente te Rome op drie wijzen voorstellen.

1. De roomsch-katholieke kerk brengt ze in verband met de komst van den apostel Petrus te Rome. Dit zou volgens Hieronymus (De Vir. ill. I) en Eusebius (Hist. Eccl. II, 14) onder de regeering van Claudius geweest zijn, in het jaar 42, of, als men de komst van Petrus te Rome in verband brengt met zijn vertrek uit Jeruzalem, hetwelk Hand. 12: 17 vermeld wordt, in het jaar 44 (Thiersch, Ewald). Deze overlevering kan niet berusten op het getuigenis van Irenaeus (III, t, 1), dat Petrus en Paulus de gemeente te Rome gesticht hebben, want hierbij wordt geen datum genoemd; ook doet de combinatie van de twee apostelen aan een veel lateren tijd (62—64) denken. Waarschijnlijk rust de geheele traditie, met het bericht van Eusebius en Hieronymus, op het verhaal van Justinus (Apol. I, c. 26), volgens hetwelk Petrus Simon den toovenaar tot zelfs in Rome zou hebben vervolgd, ten tijde van keizer Claudius (41—54).

Deze opvatting wordt tegenwoordig door bijna alle geleerden, zelfs roomsch-katholieke (Hug, Feilmoser, Langen enz.), verworpen. Hand. 12:17 bewijst absoluut niets. De mededeeling van Justinus berust op een vergissing, doordat hij in een standbeeld, hetwelk op een eiland in den Tiber voor een sabijnsche godheid (Seinoni Sanco Deo Fidio) was opgericht, een standbeeld voor Simon den toovenaar (Simoni Sancto) zag.

Meer waarde heeft misschien het woord van Ambrosiaster ('Commentaria in XIII epistolas Paulinas) x): „in zijn brief prijst de apostel het geloof der Romeinen, omdat zij geloovig waren geworden zonder één enkel wonder noch één van de apostelen te hebben gezien". Immers in het jaar 44 en 51 (Hand. 12, 15) bevindt Petrus zich nog te Jeruzalem; in

1) Zie over de chronologie van deze commentaren Herzog's Real-EneyclO' padie, in yoce.