is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De apostel prijst hen om hun geloof (1 : &), waarin hij hen gaarne wil versterken (1:11; 16:25). Hij verklaart, dat hij hen niets nieuws wil leeren, maar hen alleen in herinnering wil brengen wat zij reeds weten, omdat zij vervuld zijn met alle kennis en elkander onderling kunnen vermanen (15: 14, 15). Ja, hij spreekt (6:17) zelfs van een leervorm (leertype), waaraan zij van harte gehoorzaam geworden zijn. Daar de apostel dit met dankbaarheid vermeldt, kan deze leervorm geen andere dan het evangelie van Paulus zeiven geweest zijn. Holtzmann meent dergelijke woorden van hun bewijskracht te berooven door aan te nemen, dat Paulus zelf niet voldoende bekend was met den stand van zaken te Home. Volgens hem blijkt uit de wijze, waarop de apostel zijne lezers aanspreekt, nu eens als gewezen Heidenen (H. 11), dan weer als Joden die zich op hun voorrechten beroemen, dat hij zelf eigenlijk niet weet, waarvoor zij moeten gehouden worden. ») Men moet wel in groote verlegenheid zijn om zulk een oplossing voor te stellen. Zou Paulus zulk een brief hebben geschreven, zonder eerst van zijne vrienden te Rome, in het bijzonder van Aquila en Priscilla, alle noodige inlichtingen te hebben ontvangen? Zie ook H. 14.

HOOFDSTUK III.

De Brief.

I. Aanleiding en boel.

Hebben wij in den brief aan de Romeinen alleen een uiteenzetting der evangelische waarheid of wilde de apostel met zijn schrijven een praktisch resultaat bereikeni

van een numerieke meerderheid Tan geweien Heidenen te Rome, die echter onder joodschen of joodsch-christelijken invloed stonden.

1) Ook Prof. van Khijn schrijft (Kiehm , Bijbelsch Woordenboek, II, 571): Waarschijnlijk wist Paulus zelf niet of de meerderheid Heidenaeh-Cliriatelijk dan wel Joodsch-Christelijk was".