Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. Persoonlijke motieven leidden den apostel tot het schrijven van den brief.

A.

Neemt men aan, dat de gemeente te Rome van joodschgezinde richting was, dan kan do apostel haar tot zijn universalisme hebben willen overhalen, vooral om bij haar steun te vinden voor zijn werkzaamheid in het Westen. In dit gevoelen zijn weer verschillende nuanceeringen.

1. Volgens Baur was de gemeente vanwege haar joodschchristelijken oorsprong van zeer wettischen, particularistischen geest. Wel wilden de tegenstanders van Paulus niet meer, als in Galatië, de Heidenen tot de besnijdenis dwingen; wel trachtten zij niet meer, als te Korinthe, Paulus' apostelschap en karakter in verdenking te brengen; maar toch vroegen zij zich af of Israël niet verongelijkt en zijn eerstgeboorterecht in het koninkrijk Gods niet miskend werd, wanneer men de deur wagenwijd voor de Heidenen openzette, voordat Israël zelf het heil deelachtig was geworden. Daarom vervulde het werk van den apostel der Heidenen de Christenen te Rome met wantrouwen en wrevel. Nu zoekt Paulus deze antipathie te overwinnen, dat vooroordeel uit te roeien, de gemeente tot zijn zienswijze over te halen. Alle nadruk valt dan op de H. 9—11, welke b.v. door Tholuck en de Wette als bloot aanhangsel beschouwd waren. Het betoog, dat de tegenwoordige verwerping der Joden het middel tot de bekeering der Heidenen was, en dat deze op hare beurt tot het toekomstig herstel van Israël leiden moest, was uitermate geschikt om joodschgezinde Christenen met de roeping van den apostel der Heidenen te verzoenen. H. 1—8 wordt zoo niets anders dan

de basis van H. 9—11.

Echter wordt de oplossing van Baur, die eerst met een openbaring werd gelijkgesteld, door allerlei bezwaren gedrukt. Ie. Zij staat en valt met de onderstelling, dat de gemeente te Rome een joodsch-christelijke was. 2e. Dezelfde apostel, die niet op eens anderen fundament wil bouwen, zou wel eens anderen huis binnendringen! 3". Dat sommigen de predi-

Sluiten