Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king van bet evangelie onder de Heidenen wilden uitstellen, totdat geheel Israël geloovig geworden was, is een voorstelling, waarvan noch in het N. T., noch in een ander geschrift der christelijke oudheid een spoor is te vinden. 4e. Waartoe moeten dan de eerste acht hoofdstukken dienen? Waartoe b.v. de uitvoerige schildering van het bederf der Heidenen in H. 1? Schwegler zegt niet zonder reden, dat dan de middelen niet in evenredigheid zouden zijn met het beoogde doel. Ook zijn dan de vermaningen aan het slot moeielijk te verklaren. 5e. De toon doet allerminst aan plannen van verovering denken. 6e. Het karakter van Paulus blijft niet ongerept. Holsten erkent dit (Jahrb. für prol. Theol. 1879). Na het woord van Volkmar, dat de brief aan de Romeinen „de rijpste" vrucht van Paulus' geest is, te hebben aangehaald, laat hij er op volgen: „niet de reinste". De apostel zou, gedreven door het verlangen om de joodschgezinde Christenen voor zijn evangelie te winnen, zich niet op de hoogte van zijn eigen beginsel gehouden eu opzettelijk de scherpte van zijn evangelie afgestompt hebben. M. a. w. het schrijven van den brief was een daad van jesuietisme. Dit alleen is voldoende om de voorgestelde oplossing te verwerpen.

Baur heeft zich beroepen op het getuigenis van den Ambrosiaster. Deze zegt van de Romeinen, dat zij, die misleid waren, (door dezen brief) terstond terechtgebracht zijn (qui, male inducti, statim correcti sunt...). Maar volgens den Ambrosiaster behoorden de dwaalleeraars, die de Romeinen afvallig maakten tot dezelfde partij als die van Antiochië en Galatië (hi sunt qui et Galatas subverterant), terwijl Baur aan een geheel ander soort menschen deukt.

Op het standpunt van Baur staan met mindere of meerdere afwijkingen Krehl (Der Brief (tn die Romer, 1845), Schwegler (Das nachapostolische Zeitalter, 1846), Lipsius (Proteslantenbibel, 1872) '), Schenkel (Bibellexicon, 1875),

1) In zijn Hand-Commentar zum N. T. neemt Lipsius aan, dat de gemeente te Rome onder den invloed van een gematigd, vrij joodsch-Christen-

Sluiten