Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ilausrath {Apostel Paulus, 2" cd. 1872, Neutesl. Zeitgesch., 2<' cd. 1875), Ilolsteu ') enz.

2. De moeielijkheJen, welke Baur van lieverlede tot verzachting van zijn oorspronkelijke meening brachten, hebben ook andere kritici, die het in hoofdzaak met hem eens waren, naar andere wegen doen zoeken. Men neemt dan de gemeente te Rome niet zoo particularistisch als Baur haar had voorgesteld. Men onderstelt alleen, dat zij zich tegenover Paulus en zijn zendingswerk ietwat onrustig gevoelde. Tegelijk legt men den nalruk op de overweging dat de apostel, op het oogenblik dat hij zijn werkzaamheid naar het Westen ging overbrengen, groote behoefte moest gevoelen om zich de sympathie en medewerking van de aanzienlijke gemeente in de hoofdstad des rijks te verzekeren. De brief werd geschreven om vooroordeelen tegen zijn leer en zending weg te nemen. Dit gevoelen was reeds door Credner voorgestaan (Einleitung iris N. T. 1836), die het beroep op Jeruzalem door middel van de collecte stelt naast het beroep op Rome door middel van den brief. Mangold heeft deze meening het krachtigst verdedigd (Der Römerbrief und die Anfdnge der röm. Gemeinde, 1866). Volgens hem weerlegt Paulus in H. 1—8 de bezwaren, die de joodschgezinde Christenen te Rome tegen zijn leer hadden, en daarna in H. 9—11 hunne bezwaren tegen zijn werk. Deze zienswijze vindt men ook bij Reuss (Geschichte der heiligen Schriften N. T., 1842), die de toekomstige rol van Rome in het Westen met die van Antiochië in het Oosten vergelijkt: Ritschl (Jahrbücher fiir deutsche Theologie, 1866) en Sabatier (L'Apötre Paul, 1870. 1881). Maar wanneer nu de gemeente te Rome noch van oorsprong, noch van richting joodsch-christelijk was? Bovendien blijft de uitvoerige uiteenzetting in H. 1—8 onver-

dom stond, waarom Paulus ook hoopte, dat hij hen voor zijn evangelie winnen zou, nog voordat hij tot hen kwam. Ygl. 3.

1) Holsten maakt t. a. p. de opmerking, dat de apostel om de Bomeinen niet te ergeren Tan het kruis des Heeren zwijgt. Hierop was reeds gewezen door W. Th. van Griethuijsen, Geloof en Vrijheid, 1871. Men vergete echter <rvverTZvpié$ti van 6: 6 niet.

Sluiten