Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaard. Hoe kan uien anti-jooilsche polemiek vinden in het tweede deel vun II. 8? Waartoe II. 12—16? In 6: 1—8: 17 was toch immers reeds voldoende aangetoond, hoe het geloof aan de genade Gods de grondslag is van een zedelijk leven.

3. Men neemt ook wel aan, dat de joodsch christelijke gemeente te Rome volstrekt niet vijandig tegenover den apostel stond, maar alleen niet voldoende verlicht was, waarom Paulus haar tot de hoogte van zijn evangelisch spiritualisme zocht op te heffen, en ze tevens gunstig voor zijn zendingsarbeid trachtte te stemmen. De Ambrosiaster zegt: „De Christenen te Rome hadden zich de mozaïsche instellingen laten opleggen, alsof men het volkomen heil niet in Christus vinden kon; Paulus wil hen daarom met het geheim van Christus' kruis bekend maken, dat hun nog niet geopenbaard was". Dit is in het algemeen ook het standpunt van Thiersch (Die Kirche im apostolischen Zeitalter, 1852. 1879), J. Köstlin (Jahrb. fïir deutsche Theol., 1856) en Beyschlag (Studiën und Kritiken, 1867; Riehm's Handwörterbuch des Biblischen Alterthums). Volgens Thiersch had Petrus de gemeente te Rome gesticht, zonder dat hij haar echter de volle kennis van de waarheid des evangelies had kunnen mededeelen; Paulus voltooit nu in dezen brief het werk, dat door zijn ambtgenoot begonnen was. Volgens Köstlin was de gemeente reeds tot zekere hoogte onderwezen, waarom men zich er ook niet over moet verwonderen, dat de apostel in zijn brief over verschillende hoofdbestanddeelen der christelijke leer zwijgt. Beyschlag (gevolgd door Jowett) schrijft het onvoldoende van hare kennis toe aan het feit, dat zij grootendeels uit gewezen proselieten bestond. Hier kunnen wij ook het gevoelen van Van Hengel en dat van Grau vermelden: de gemeente, van een gematigd joodsch-christelijke richting, in den geest van Petrus, moest tegen het binnendringen van joodschgezinde drijvers worden gewapend.

Men ziet, hoe de scherpe punten van Baur's hypothese zijn afgeslepen. In de plaats van de door hem aangenomen polemiek is eerst gekomen een apologie van het paulinisme (Mangold), daarna een voortgezet onderwijs (Thiersch).

Sluiten