is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ongemerkt zijii wij tot de voorstelling genaderd, dat de gemeente te Rome de paulinische richting was toegedaan.

B.

1. In het voetspoor van Lutterbeck (Die neutestamentlichen Lehrbegriffe, 1852) heeft Weizsacker (Jahrb. f. deutsche Theol., 187G) een verzoening beproeft tusschen de opvatting, dat de gemeente te Rome de paulinische richting was toegedaan en het volgens hem niet te loochenen anti-joodsche karakter van den brief. Hij neemt aan, dat de gemeente in dezelfde omstandigheden verkeerde als die van Galatië en Korinthe, en dus, ofschoon zelve niet joodschgezind, door joodschgezinde ij veraars bewerkt werd. Het doel van Paulus was dus niet: veroveren, maar: bewaren. Vandaar het uitvoerige betoog over de rechtvaardiging des geloofs en de christelijke heiliging (H. 1—8) alsmede de schets van de geschiedenis des heils (H. 9 —11), die op de verwerping van dat heil door het uitverkoren volk het juiste licht laat vallen, en geenszins ten doel had de zendingswerkzaamheid van den apostel te rechtvaardigen (Baur). Dit gevoelen heeft grooten bijval gevonden, o. a. bij Harnack (Zeilschr. f. Kirchengeschichte, II), Schürer {Theol. Lit.-Zeit., 1878), Kneucker (Anfdnge des römischen Chrislenthums, 1881), Grafe (Ueber Veranlassung und Zweck des Römerbriefes, 1881), Jülicher (Einleitung). Met allen eerbied voor de schoone studie van Weizsacker, vragen wij toch, waaruit de aanwezigheid van die joodschgezinde ijveraars blijkt. Men zou toch ergens in den brief, en vooral in de inleiding (1 : 8—15) sporen van hen moeten ontdekken. Paulus dankt God voor het geloof der Romeinen, zonder op een gevaar, dat hun geloof zou bedreigen, te zinspelen. Hij wil hen versterken; van iets anders spreekt hij niet. Grafe kan dit wel teederheid noemen, maar de beschuldiging van onwaarheid zou evenzeer voor de hand liggen. De laatste hoofdstukken geven aan deze meening ook geen steun. Weizsacker zoekt dit bezwaar krachteloos te maken door de bewering, dat de