Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar bet Westen over te brengen. Is bij Sehott's opvatting het middel echter wel geëvenredigd aan het doel? Schott zoekt dit bezwaar weg te nemen door te beweren, dat uien te Rome bezwaren had tegen een zendingsreis van Paulus naar het Westen. Het Oosten was, zegt hij, vol Joden, zoodat de apostel, ook al werkte hij voor de Heidenen, in die streken toch altijd min of meer onder en voor Joden arbeidde. Anders in het Westen. Hier moest Paulus zich meer van het uitverkoren volk afscheiden. Daartegen had men bezwaar, welk bezwaar de brief aan de Romeinen tracht weg te nemen. Het hier geteekende verschil berust echter niet op historische gegevens. Welk een vreemd soort Christenen moeten de Romeinen dan geweest zijn, zegt Beyschlag. Zeiven van heidenschen oorsprong, meenden zij, dat het heil niet aan de andere Heidenen in het Westen mocht worden gepredikt, voor en aleer Israël in zijn geheel bekeerd was!

4. Eindelijk verdient hier genoemd te worden Ewald (Die Sendschreiben des Apostels Paulus, 1857). Volgens dezen geleerde lag het Christendom tot nu toe in de windselen van het Jodendom. Paulus zag het gevaar hiervan in. De verhoudingen tusschen de fanatieke Joden en het romeinsche rijk werden bij den dag meer gespannen. Hoe licht kon de gemeente in allerlei moeielijkheden geraken! De band met de synagoge moest verbroken worden. Dit wil onze brief bewerken door het betoog dat de joodsche en de christelijke geest elkander uitsluiten, waarom de brief ook zijn hoogtepunt bereikt in de vermaning, dat de Christenen zich aan de door God gestelde machten hebben te onderwerpen. De hypothese is vernuftig maar dat zij de beteekenis van H. 13 verklaart, zal niemand beweren.

C.

Uitgaande van de onderstelling, dat de joodsch-christelijke en heidensch-christelijke richting te Rome tegen elkander opwogen, heeft men aan den brief een verzoenende strekking toegeschreven. Zoo Hieronymus, Augustinus, Rabanus Maurus,

Sluiten