is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abaelardus. Hug (Einleitung in die Schriften des N. T., 182G) is van oordeel, dat 11a liet edict van Claudius een nauwere aaneensluiting van do twee richtingen noodig was. Volgens Flatt (Commentar iiber d. Römerbrief, 1825) zocht de apostel de eenheid der gemeente te bevorderen door aan te toonen, dat het evangelie evenzeer de behoeften der Joden als die der Heidenen vervult. Zie ook Bertholdt (Hist.-krit. Einleitung, 1819), Schott (Isagoge historico-critica in libros n. (oed. sacros, 1830), Hemsen (Der Apostel Paulus enz., ed. Lücke, 1830), Klee (Commentar, 1830), Bretschneider (zie Grafe. a. a. O. 2), Ilodge (Commentaire, 1835), Baumgarten-Crusius (Commentar, 1844), Delitzsch (Zeitschr. f. luth. Theologie, 1849).

Zelfs leerlingen van Baur hebben deze oplossing verdedigd. Zoo Volkmar en vooral Hilgenfeld en Pfleiderer. Volgens Hilgenfeld (Einleitung in das N. T., 1875) leert de brief dat de twee partijen in getalsterkte nagenoeg gelijk stonden. Maar de Joden hadden het overwicht door hun rijkdom en het besef hunner voorrechten. Daarom zocht Paulus een toenadering te bewerken tusschen de joodsch-christelijke aristocratie en het heidensch-christelijke plebs. Pfleiderer (Jahrb. f. Frot. Theol., 1882, JJrchristenthum) onderstelt juist omgekeerd, dat de geloovigen uit de Heidenen, vol geestelijke kracht, en trotsch op hun steeds toenemend getal, hunne broeders uit de Joden dreigden te onderdrukken.J) De laatsten, gekrenkt en geërgerd, begonnen meer voeling te houden met hun oude geloofsgenooten. Zij moesten dus met de Christenen uit do Heidenen worden verzoend, terwijl deze op hun beurt een herinnering behoefden aan de nederigheid en de zedelijke gestrengheid, welke het evangelie predikt. Dientengevolge heeft de apostel nu eens de eene, dan weder de andere richting in den brief op het oog. Het evangelie der genade, de vervulling van wet en profeten moest de banier zijn, welke de strijdende partijen tot verzoening riep.

1) Volgens Otto (1886) was er een conflict ontstaau tusschen een kleine groep Christenen uit de Joden, die zich onder Aquila tot een afzonderlijke gemeente hadden geconstitueerd (16:5), en de heidensch-christelijke gemeente.