is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn echtheid is het eerst in twijfel getrokken door Evanson (The dimnance of the four generally received evangelists and the evidence of their respective authencity, 1792) ') en daarna door Bruno Bauer (Kritik der paulinischen Briefe, III, 1852; Christus und die Ccisaren, 1877). Men vroeg waarom de brief niet in de Hand. genoemd werd, hoe de groeten in H. 16 te verklaren waren, hoe er vóór de komst van Paulus te Rome zulk een aanzienlijke gemeente in die stad kon bestaan. Deze twijfel vond echter weinig ingang. Zelfs voor de Tubingers stond de echtheid vast.

In de laatste jaren evenwel werd de authentie ernstig betwist. De nederlandsche theologen hebben zich hierbij niet onbetuigd gelaten, waarom men in het buitenland gaarne van hun „hyper-kritiek" spreekt. A. D. Lornan ontkende in zijne „Quaestiones Paulinae" (Theol. Tijdschr., 1882) de echtheid van alle paulinische brieven. Pierson en Naber namen in hun Verisimilia (1886)'3) in plaats van den Paulus der overlevering een Paulus Episcopus aan, die van de geschriften van verlichte Joden, zoogenaamde Pneumatici, gebruik maakte om brieven samen te stellen. 3) Steek (Der Galaterbrief nach seiner Aechtheit untersucht, 1888) 4) dacht aan een kring van christelijke wijsgeeren uit de tweede eeuw, die het voortdringen van het palestijnsche Christendom wilden keeren en daartoe eerst den brief aan de Romeinen, vervolgens de brieven aan de Korinthiërs en ten slotte den brief aan de Galatiërs in het leven riepen. In de tweede eeuw stonden de Christenen uit de Heidenen echter lang niet op de hoogte

1) Tweede ed. 1805. Een holl. vertaling van Y. van Hamelsveld verscheen in 1796, onder den titels ,,De strijdigheid der vier algemeen aangenomen Evangelisten en de klaarblijkelijkheid van derzelver echtheid"; vgl. Nieuwe Vaderlandsche Bibliotheek, 1797.

2) Haruack beoordeelt dit boek in No. .0 van de Theol. Lit.-Zeit. 1887.

3) Lipsius noemt de Yerisimilia „ein ganz phautastisches Erzeugniss".

4) Het werkje van J. Friedrich (Maehliss): ,.Di unechtheit der galaterbrifes. Ein beitrag zu einer kritischen geschichte des urchristentums" beteekent niet veel. Het beste, dat er in voorkomt, is uit Steek overgeschreven (zie Cramer, Exegetica et Critica, III, 27; Nieuwe Bijdragen VIII).