is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtvaardiging door het geloof nog niet verstaan en van een half berouw naar een halve bekeering en van een halve bekeering naar een halve heiliging voortstrompelen.

V. De tekst van den beief.

Men heeft gevraagd of het origineel van onzen brief niet in het latijn geschreven is. Dit gevoelen is het eerst door een syrisch scholiast op den rand van een afschrift der Peschito uitgesproken en door eenige roomsch-katholieke theologen overgenomen. Zoodoende gaat men echter uit van de verkeerde onderstelling, dat men aan de Romeinen in het latijn schrijven moest, terwijl toch destijds de eigenlijke taal ook in het Westen het griêksch was, gelijk uit allerlei documenten blijkt. *) Taal of stijl hebben geen enkel spoor dat onze brief een overzetting is.

Zooals bekend is, berust de tekst van onze oudste uitgaven van het N. T., waarnaar de oudste vertalingen in de moderne talen gemaakt zijn, op de zoogenaamde minusculi, handschriften met loopend schrift, die van jongen datum zrjn (10e eeuw en later). Zoo b.v. de uitgave van Erasmus en de daaruit voortgevloeide textus receptus.

Om den echten tekst te vinden moeten wij drieërlei getuigen hooren: de codices, de oude vertalingen en de aanhalingen bij de oude schrijvers. 2)

1. Er zijn twee soorten van codices: de majusculi (met unciaal-letter geschreven) en de minusculi.

Van de majusculi komen hier in aanmerking.

twee uit de 4e eeuw: Sinaïticus («) en Vaticanus (B); twee uit de 5e eeuw: Alexandrinus (A) en Ephraëmi Syri

rescriptus (C);

een uit de 6e eeuw: Claromontanus (D) j zes uit de 9e eeuw: Sangermanensis (E), (niets anders dan

1) Vgl. Sanday-Headlam LIT, LUI, LIV.

2) W\j stippen slechis aan. In Gregory's Prolegomena op de laatste editie van Tischendorf kan men een volledige opsomming van alle getuigen vinden.