is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING VAN DEN BRIEF.

H. 1:1—15.

Deze inleiding bestaat uit het adres (vs. 1—7) en een dankzegging, waarbij Paulus de redenen opgeeft, die hem tot dusver verhinderd hebben, zelf zijne lezers het Evangelie te verkondigen (vs. 8—15).

EERSTE STUK.

H. 1:1—7.

Het adres.

De gewone vorm van het adres bij de Ouden bestond uit drie termen: „N. aan N., heil"; vgl. Hand. 23:26: Claudius Lysias aan den machtigen landvoogd Felix, heil! Hier bevatten de eerste zes verzen den eersten term, den naam van den schrijver. De eerste helft van vs. 7 heeft den tweeden term, 'den naam der jgeadresseerden, de tweede helft van vs. 7 den derden term, den heilwensch.

1:1—6. De ongewone breedte van den eersten term is een gevolg van de omstandigheid, dat Paulus zichzelven moest introduceeren bij een gemeente, die hij persoonlijk niet kende (Philippi), of liever dat hij behoefte gevoelde zich te rechtvaardigen, dat hij zulk een brief aan de gemeente te Rome schreef; zie 15:14—16. Paulus noemt zich een apostel, van God geroepen tot de verkondiging van het evangelie van Christus (vs. 1, 2). Hij kan Christus niet vermelden zonder over hem te spreken (vs. 3, 4). Deze toch vertrouwde hem het apostelschap toe onder de Heidenen,

5*