is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou eenvoudig een tegenstelling van de ziel met het lichaam zijn (de Wette, Hofmann, Sabatier, Oltramare). De menschheid van Jezus zou door de twee uitdrukkingen „vleesch" en „geest" zóó in hare twee oorspronkelijke bestanddeelen verdeeld zijn, dat aan het eerste de eigenschap van zoon Davids, aan het tweede het feit der opstanding werd vastgeknoopt. Maar hoe onlogisch zou zulk een tegenstelling wezen! Stamt niet de geheele menschelijke natuur van Jezus, zoowel naar lichaam als naar ziel, van David af? Ook is het onmogelijk, dat het woord „geest" met de bepaling ccyiuruvys een bloot anthropologische beteekenis zou hebben (geest, in tegenstelling met lichaam); het heeft noodwendig betrekking op zedelijk gebied. Wat tot deze valsche verklaring aanleiding gegeven heeft is het parallelisme van het herhaalde kxtx. Maar men vergat, dat de twee participia, waarop kxtx volgt, een geheel verschillende beteekenis hebben. Het eerste (geworden) heeft betrekking op den persoon van Jezus; het tweede (verklaard) op zijn geschiedenis. In dit geheel verschillende verband heeft kxtx telkens een andere beteekenis. De eerste maal wijst het een element van zijn persoon aan, waardoor Jezus van David afstamt; de tweede maal een omstandigheid van zedelijken aard, waardoor Jezus is opgestaan.

Een groot aantal uitleggers, die met ons het woord <rdp% op de geheele menschelijke natuur van Jezus laten slaan, zien in den geest der heiligheid het Goddelijke beginsel, hetwelk Jezus van de overige menschen onderscheidde, en waardoor zijn wondervolle opstanding bewerkt is. Zoo zou, volgens Melanchton en Bengel, de geest der heiligheid de tweede persoon der Drieëenheid aanduiden, den Zoon, die in Christus mensch geworden is; maar de Schrift gebruikt hiervoor de uitdrukking Zoon of Woord, niet die van Geest. Anderen denken aan het Goddelijke wezen, in zoover God geest is (Olshausen, Philippi), of aan de Goddelijke kracht des Geestes, in zoover deze in den doop op Christus gekomen is (Beza, Tholuck), of wel aan den Heiligen Geest, in zoover Christus macht ontvangen heeft om hem aan de