Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk aan die, welke plaats heeft, wanneer dooden opstaan" (Hofmann). Oltramare en anderen meenen, dat ex vóór vtxpüv is weggelaten om de herhaling van hetzelfde voorzetsel te vermijden. Maar de genitief vtxpüv hangt eenvoudig van xvxtrTxireai; af, en het meervoud vsxpol wijst de kategorie aan. Vgl. bij deze verzen 3, 4: 2 Tim. 2:8.

Voordat Paulus overgaat tot zijn roeping als apostel en de prediking onder de Heidenen, de twee feiten, welke door de opstanding van Jezus mogelijk zijn geworden, vat hij zijne opmerkingen betreffende den persoon van Jezus in drie uitdrukkingen samen. De naam Jezus is die van de historische persoonlijkheid, in wien deze verschillende bestaansvormen zijn vervuld geworden. Het derde vers vat samen welke de beteekenis is van „Christus". De titel „Heer" duidt hem aan als den vertegenwoordiger der Goddelijke heerschappij, een waardigheid, die uit zijn verheffing tot Zoon voortvloeit (vs. 4). Over den titel „Heer" zie men 1 Kor. 8:6; Fil. 2:9—11. Het is in het O. T. de naam Gods (Lipsius); hier wordt hij aan Jezus gegeven. Bij „onzen" denkt Paulus aan al degenen, die door het geloof Jezus als Heer hebben aangenomen, apostelen en gewone Christenen. Bij deze opvatting van vs. 3, 4 is de overgang van vs. 4 op vs. 5 eenvoudig en natuurlijk.

Volgens Prof. Van Manen (t. a. p. bl. 39) zijn de woorpen „Jezus Christus onzen Heer" aan vs. 4 toegevoegd, omdat niet voor allen vaststond, dat de „Zoon Gods" dezelfde is als „Jezus Christus onze Heer". In deze uitdrukking zouden de verschillende spreekwijzen: „Zoon Gods", „Christus", of „Christus Jezus" aan de eene en „Jezus", „Jezus de Christus" (d. i. de Messias), of „Jezus onze Heer" aan de andere zijde in een hoogere eenheid zijn opgelost. „De oudere Paulinisten of „Christenen" spraken van den Zoon Gods, of van Christus, een bovennatuurlijk wezen, dat zij ook wel Christus Jezus noemden, omdat zij zijn eenheid met Jezus van Nazaret, dien zij door de overlevering uit de geschiedenis kenden, niet loochenden, hoewel zij voor dien Jezus minder oog en hart hadden dan voor

Sluiten