Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is.1) Meyer gevoelt het wel; daarom spreekt hij, zeer gewrongen, van de gehoorzaamheid aan het innerlijke gevoel van het geloof. Oltramare zegt „de gehoorzaamheid aan het geloof, als aan een door God gewilde orde van zaken". Het eenige voorbeeld, dat men voor deze beteekenis in het N. T. kan aanwijzen, zou zijn Hand. 6:7, maar Tjj irlrrsi is hier gelijk aan tü iri<rreveiv. De juiste verklaring is: de gehoorzaamheid, die bestaat in het geloof zelf. Door het geloof toont de mensch zijn gehoorzaamheid aan het Goddelijke werk, hetwelk hem verkondigd wordt, en van hem vertrouwen en medewerking eischt. Daarom heet ook de weigering des geloofs ongehoorzaamheid (H. 10 : 3 o&% vneTxyviaxv; zie 2 Thess. 1: 8; 1 Petr. 2 : 8 enz.).

Het volgende „onder al de Heidenen" zou als bepaling van „apostelschap" kunnen gelden, maar het is beter, het direct op het voorafgaande te doen slaan „de gehoorzaamheid des geloofs, die onder alle Heidenen moet worden tot stand gebracht". Het woord eivn, hetwelk wij met „Heidenen" vertalen, is door onderscheidene kerkvaders, door Kückert, Baur en bijna al de kritici, die den joodschen oorsprong van de gemeente te Rome verdedigen, opgevat in den algemeenen zin van „volken". 3) Maar wat zou in dit geval vs. 6 beteekenen? Dat de Christenen uit de Joden te Rome tot de volken behoorden , wisten zij toch ook wel. Lipsius beweerde , dat Paulus , door zich uit te drukken gelijk hij vs. 6 doet, de Joden tot de volken rekent ten einde daardoor te doen uitkomen, dat het onderscheid tusschen Joden en Heidenen geheel en al is opgeheven. Maar daaruit zou volgen, dat Paulus zich hier een universeel apostelschap bij alle volken, Joden zoowel als Heidenen, toekende, hetgeen

1) Zie Van Hengei's: „Betoog, dat het woord geloof {itfovi«) in het N. T. nergens beteekent de leer des geloofs, maar overal de daad des geloofs." Bijdragen tot bevordering van Bijbelsche Uitlegkunde (Van Willes) II, 123 v. De roomsche opvatting is natuurlijk anders, vgl. Bartmann, St. Paulus und St. Jakobus über die Rechtfertigung, Freiburg, 1897.

2) Zoo ook Xlieod. Zahn, Einl. in das N. T., S. 261.

Sluiten