Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE STUK.

H. 1: 8—15.

De groote belangstelling, welke de apostel voortdurend heeft voor de verbreiding van het evangelie in de hoofdstad der wereld.

De eenigszins officieele band, welke door het adres is gelegd, moet nog een hartelijke betrekking worden. Aan dit doel is het volgende stuk gewijd.

De apostel begint, als gewoonlijk, met God te danken voor het werk, hetwelk reeds aan zijne lezers is verricht, vs. 8; vervolgens drukt hij zijn vurigen, reeds lang gekoesterden wensch uit, zelf aan de verdere ontwikkeling der gemeente te mogen medewerken, door hen geestelijk te sterken, en niet meer verhinderd te worden in de uitvoering van zijn plan om het evangelie te Rome te verkondigen, vs. 9—15.

Vs. 8: „Allereerst dank ik mjjnen God door Jezus Christus over *) u allen, dat uw geloof in de geheele wereld verkondigd wordt."

Geen reëeler bewijs van oprechte liefde dan de voorbede; daarom noemt de apostel in de eerste plaats zijn gebed voor hen. Het woord trpaTov, allereerst, doet (vooral om (*êv) verwachten: vervolgens (litena, Si). Daar dit woord in het volgende niet voorkomt, vertalen verscheidenen 7rpürov door „vooral". Maar in deze beteekenis zou dit bijwoord logisch niet bij tvxotpirrü kunnen behooren. Want Paulus wil niet zeggen, dat hij vooral voor het geloof van zijne lezers dankt. De tweede gedachte, die hij in het oog

1) De textus receptus leest vnsp met E G L P en de meeste minusculi; NABCDK en enkele minusculi hebben irtfi.

Sluiten