Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, toen hij npurov schreef, wordt in vs. 10, 11 uitgesproken (zijn bede om eindelijk zelf naar Rome te komen). Alleen houdt de apostel het niet voor noodig, dit in streng logischen vorm door „vervolgens" uit te drukken. — In de uitdrukking „mijn God" vat hij al de ondervindingen samen, die hij persoonlijk van de vaderlijke hulp van God heeft gehad. Zij waren bewijzen van de Goddelijke voorzienigheid, bijzondere openbaringen, die elke geloovige voor zich ontvangt , en die hem het recht geven, God in bijzonderen zin „zijn" God te noemen; zie de uitdrukking „God van Abraham, Izaak en Jakob" en inzonderheid Gen. 28:20, 21.

De dankzegging van Paulus geschiedt door bemiddeling van Jezus Christus. De meeste uitleggers meenen, dat Christus wordt aangeduid als de bewerker van de dingen, waarvoor Paulus dankt (H. 7 : 25). Dit is evenwel niet de natuurlijke beteekenis van de zegswijze „ik dank door". Deze uitdrukking doet veelmeer denken aan Christus als den hoogepriester (velut per pontificem magnum, zegt Origenes), die de dankzegging van den geloovige voor God brengt; zie /J H. 8 :^4j Hebr. 13 : 15. Vgl. Schlatter, Beek, Winer. — Paulus dankt voor de verbreiding van het evangelie te Rome als voor een weldaad, die hem persoonlijk, als apostel der Heidenen, aangaat. De uitdrukking „over u allen" zou een weinig overdreven kunnen schijnen, omdat hij hen niet allen hoofd voor hoofd kende. Maar zou er te Rome wel één voor Christus gewonnen mensch, bekend of onbekend, kunnen zijn, wiens geloof geen bron van vreugde voor den apostel was? Het voorzetsel öirép, voor, is inniger dan neptt over, maar het laatste is eenvoudiger en staat in verscheidene en verschillende HSS. — Paulus verblijdt zich niet alleen omdat de Christenen zeiven gelooven, maar ook omdat van hun geloof overal wordt gesproken en het dus voor het evangelie den weg baant (zie een dergelijke uitspraak 1 Thess. 1:8). Het woord on rechtvaardigt een bijzondere oorzaak van vreugde naast de algemeene, die met „over u allen" was aangewezen. Vgl. 1 Kor. 1 :5 (en in verband met vs. 4). De uitdrukking „in de geheele wereld" is hyperbolisch; zij

Sluiten