Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ik dank God voor u allen" (vs. 8) verstaanbaar. Vandaar „want" aan het begin van het vers.

Vs: 10. Op de voortdurende dankzegging voor hun bekeering volgt zijn niet minder aanhoudend gebed om hen weldra te mogen bezoeken. ') De woorden „altijd in mijne gebeden" hooren bij het volgende en niet bij het voorafgaande (hetgeen met «S/aAf/Vra? een hinderlijke tautologie zou geven). Niet één vertrouwelijk onderhoud met God, waarin dit punt niet werd aangeroerd. 'Eirl d. i. bij gelegenheid van, in den loop van. Het woord tivu? wijst de berekening der kansen aan, terwijl „eindelijk" en „eens" het ongeduld van zijn verlangen te kennen geven. De uitdrukking euoioüv beteekent eigenlijk „iemand gelukkig den weg doen afleggen"; vandaar in 't algemeen „iemand in een zaak doen slagen"; zie 1 Kor. 16:2. Daar in den context juist sprake is van het gelukken van een reis, zal in de uitdrukking wel een zinspeling op de oorspronkelijke beteekenis liggen: „of ik eindelijk niet gelukkig tot u geleid word". Door wien? Het antwoord ligt in de woorden: „door den wil Gods'. De gunstige omstandigheden zijn het werk van Gods almachtige hand. Den diepsten grond van dit brandend verlangen vinden wij in vs. 11, 12.

Vs. 11, 12: „want ik verlang er naar, u te zien om u eenige geestelijke gave mede te deelen, opdat gij versterkt wordt; 12 of liever, mede opgewekt te worden onder u door het gemeenschappelijk geloof, zoo het uwe als het mijne." 2)

Hoe zou de apostel bij zulk een rijkdom van Goddelijke genadegaven, als hij bezat, geen behoefte gevoeld hebben, aan een zoo voorname gemeente als die te Rome iets daarvan

1) Van Manen (t. a. p. bl. 47) noemt de teekening Tan des apostels Terlangen om zijne lezers te zien „opgewonden"!

2) In de Verisimilia wordt bij de bespreking Tan deze en de rolgende Terzen geTraagd: Quis nmquam sana mente sie scripsit.'

Sluiten