Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijven; de toevoeging iipüv te kx) è^ov zou zich dan regelmatig hierbij hebben aangesloten. Maar hij wilde van hun gemeenschappelijk geloof iets maken, dat van zijn persoonlijkheid en van de hunne onafhankelijk was. Dat geloof toch zou de macht zijn, die door hem op hen en door hen op hem zou werken. Nu zijn de beide voornaamwoorden „van u en van mij" afhankelijk van vimut. — Welk een waardigheid, welk een takt, welk een bevalligheid ligt erin de woorden, waarmede de apostel onmiddellijk in plaats van actief receptief wordt, krachtens het nieuwe leven, hetwelk hij met zijne lezers deelt en dat op de gemeenschap van hun geloof rust. Erasmus zag daarin slechts „pia vafrities et sancta adulatio" (vrome sluwheid en heilige vleierij). Maar toen hij dit schreef, had hij geen oog voor de oprechte nederigheid van Paulus. Echter zou dit oordeel juist van pas zijn, wanneer de apostel aan een judaïseerende gemeente schreef, gelijk vele uitleggers meenen. In dat geval zouden wij hier werkelijk „gemeene vleierij" hebben (Weiss).

Vs. 13, 14: „Doch ik wil er u, broeders, niet onkundig van laten, dat ik dikwijls van plan geweest ben tot u te komen — en ik ben tot hiertoe verhinderd — om ook onder u eenige vrucht ') te hebben, evenals onder de andere Heidenen. 14 Zoowel Grieken als barbaren, zoowel wijzen als onverstandigen ben ik een schuldenaar."

Van Manen (t. a. p. bl. 46) zegt: „Het 13e vers is blijkbaar niet van dezelfde hand, die het voorafgaande schreef De verzekering, dat Paulus de broeders niet onkundig wil laten omtrent zijn herhaalde plannen om hen te bezoeken klinkt bijkans kluchtig na de sterke betuigingen van zijn sedert

1) De receptus heeft met eenige minusculi: xxprov riva: al de mai lezen »» Kaprov. ' J t

7*

Sluiten