is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang bestaand verlangen daarnaar, vs. 9—11." Maar is het dan zoo kluchtig, bij de lezers van den brief deze gedachte te onderstellen: „van dit uw verlangen is nog niet veel gebleken ; waarom zijt gij, die reeds meer dan twintig jaren in den dienst van het evangelie werkt, dan eindelijk niet eens gekomen"? — De uitdrukking „ik wil er u niet onkundig van laten" moet dienen om een mededeeling in te leiden, waaraan de apostel eenige beteekenis hecht (2 Kor. 1:8; 1 Thess. 4:13; vgl. Fil. 1 : 12). — Godet vindt door het woordje Sé een climax aangewezen, niet slechts die van eenvoudig verlangen (vs. 11) tot verhinderd plan (vs. 13), maar ook in dezen zin, dat de apostel, na een geestelijk goed aan de geloovigen te Rome te hebben medegedeeld, aan de uitbreiding hunner gemeente wenscht mede te werken. „Ik wil u mijn gedachte niet verbergen: terwijl ik herhaaldelijk van plan was tot u te komen, had ik zelfs de eerzucht bij u nieuwe veroveringen te maken, evenals in de andere gemeenten." De Apostel Paulus zou een aantal aren willen toevoegen aan de garven, die door anderen reeds geoogst waren. Op zichzelf zou de uitdrukking mot tivx nxfixèv a%ü> ons kunnen doen denken aan het winnen van belijders uit de Heidenen (Zahn), maar het verband geeft niet de minste reden om een ander object van werkzaamheid te onderstellen dan de zei ven, die in vs. 15 (ijfJv) uitdrukkelijk als

zoodanig genoemd worden. Het schijnt ons dus niet geraden, het „versterken" en het „prediken" tegenover elkander te plaatsen. Liever omschrijven wij — met Weiss — de leidende gedachte aldus: het feit, dat Paulus herhaaldelijk plan heeft gehad om te komen, bewijst, dat het vs. 11 v. uitgesproken verlangen geen voorbijgaand gevoel maar de grond van zijn voortdurend gebed (vs. 10) was, terwijl het terugbrengen van dit voornemen tot zijn apostolische roeping (vs. 14 v.) tevens motiveert, waarom hij zich nu met zijn evangelieprediking ten minste schriftelijk tot de Christenen te Rome wendt, die volgens vs. 6 tot zijn zendingsgebied behooren. — Het woord 'Ivot kan logisch niet afhangen van „ik ben verhinderd"; het moet dus afhangen van „ik ben van plan ge-