Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIDAKTISCH DEEL.

H. 1: 18—XI: 36.

Hut heil op zichzelf en zijn gang in de menschlieid.

EERSTE DEEL.

Het iikil op zichzelf.

H. 1: 18—8 : 39.

De leer des heils omvat: 1° de uiteenzetting van de rechtvaardiging door het geloof, H. 1:18—5:21; 2° die van de heiligmaking van den gerechtvaardigde, H. 6: 1—8:17; 3° die van de heerlijkheid, voor den geheiligde weggelegd, H. 8: 18—39 (zie Inl. bl. LXI).

I.

De rechtvaardiging door het geloof.

H. 1 : 18—5:21.

De nieuwe betrekking tusschen den mensch en God, gerechtigheid des geloofs geheeten, is de grondslag van den staat des heils. De ontwikkeling van dit punt geeft den apostel aanleiding tot drie, nauw met elkander samenhangende schetsen. Eerst beschrijft hij het oordeel, hetwelk op de menschheid rust, H. 1:18—3:20; daarna de algemeene rechtvaardiging, H. 3:21—5: 11; om eindelijk zijne lezers te bepalen bij een parallel tusschen de personen, in wie beide stroomingen haar uitgangspunt hebben: Adam en Christus, H. 5: 12—21.

Sluiten