is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorstelling van de Goddelijke orde. Het woord heoft hier dezelfde beteekenis als in den kreet des berouws van den verloren zoon: „Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en voor u". De hemel, de woonstede Gods, treedt voor het verontrust geweten op als de wreker van alle beleedigde heilige gevoelens. — Met ««'/3e/* duidt Paulus alle zonden op godsdienstig, met xSittlx alle zonden op zedelijk gebied aan. Volkmar heeft beide uitdrukkingen juist verklaard: „alle verloochening, zoowel van het wezen als van den wil Gods". Wij zullen zien hoe de apostel beide soorten van zonden beschrijft en ontwikkelt: de eerste is de weigering van aanbidding en dank, vs. 21 v.; de tweede is de niet-erkenning van de norm van het zedelijk goede, vs. 28». — Paulus spreekt eigenlijk niet van „de menschen", maar, in het algemeen, van „menschen". Uit het ontbreken van het lidw. volgt reeds, dat hij hier niet, zooals Mehring, Otto e. a. willen, aan de gansche menschheid denkt. Inderdaad zou hij aan de Joden niet hebben kunnen verwijten, dat zij de hun geopenbaarde waarheid tegen (gevangen) hielden; vgl. H. 2 : 19—21; bovendien is de waarheid, die hier bedoeld wordt, niet de inhoud der theokratische maar die der natuurlijke openbaring (vs. 19, 20). Het 18e vers is dus niet het thema van H. 1, 2, maar alleen van H. 1. Wij zullen bij H. 2 :5 zien, dat de toorn nog niet over de joodsche wereld was geopenbaard maar zich boven haar ophoopte. Door zich zoo uit te drukken, ontkent de apostel de schakeeringen niet, welke het gedrag der heidenwereld tegenover God vertoont (vgl. H. 2 : 14, 15); hij karakteriseert slechts in algemeene trekken het leven der Heidenen. — Bij „de waarheid" denkt Paulus, volgens vs. 19, 20, aan het bestaan en het wezen Gods. Het woord nxrixetv wordt hier in denzelfden zin gebruikt als in H. 7:6; Joh. 5:4; 2 Thess. 2:6, 7: tegenhouden om vast te houden, om te onderdrukken. Erasmus, Baur, Lipsius ') vatten het woord op in een meer

1) Klostermaun denkt ook aan het bezitten der waarheid; zie ziju eigenaardige opvatting van deze verzen.