is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onreinheid, om hunne lichamen aan zichzelven ') te onteeren; 25 als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen en het schepsel vereerd en gediend hebben boven den Schepper, die geprezen is tot in eeuwigheid! Amen."

Er is in deze verzen iets van het paroxysme, iets van dat ontstoken worden van den geest, hetwelk de schrijver der Hand. te Athene aan Paulus toekent (17 : 16). Het spreekt zich uit in de twee conj. De eerste slaat op de

rechtvaardigheid der straf, de tweede doet vooral uitkomen, dat de straf en de zonde aan elkander beantwoorden. Zij hebben gezondigd, daarom heeft God hen gestraft; zij hebben gezondigd door God te onteeren, daarom heeft'God hen ook onteerd. De alexandrijnsche HSS. laten dit weg, blijkbaar ten onrechte, want het drukt de diepste gedachte van het geheele stuk uit. — De uitdrukking „heeft hen overgegeven" beteekent niet, dat God hen tot het kwade aangezet heeft, als straf voor het kwaad dat zij bedreven hadden. Het zou in strijd zijn met de heiligheid Gods; ook is „overgeven" iets anders dan „aanzetten". Aan den anderen kant is het niet mogelijk hier alleen het denkbeeld van „toelating" te vinden: |„God heeft hen toegelaten, zich aan het kwaad over te geven". God kan niet geheel passief geweest zijn bij de vreeselijke ontwikkeling van het verderf der heidenwereld. Waarin Zijn werkzaamheid dan heeft bestaan? Hij heeft Zijn hand teruggetrokken; Hij heeft het door den stroom medegesleepte bootje niet langer tegengehouden. Vgl. de uitdrukking van den apostel Hand. 14:16: „Hij heeft de Heidenen laten wandelen op hunne wegen", m. a. w. Hij deed voor hen niet meer wat Hij voor het joodsche volk bleef doen. Het is dus niet de onthouding alleen; het is het positieve terugtrekken van een heilzame kracht, vgl. Gen. 6 : 3.

1) NABCDi» ««ro/c; text. ree. met E O K L P ca de min.: sv exvroic vuig.; ut contumeliis adficiant corpora sua in ipsis.