Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over haar heengegaan was? — In deze laatste groep valt de nadruk op de gedachte, welke de apostel in het licht wil stellen, n.1. dat in deze toestanden een oordeel Gods ligt. Het zijn niet meer zonden, die alleen uit het natuurlijke egoïsme verklaard kunnen worden; het zijn even goed tegennatuurlijke gruwelen als de schaamteloosheden, welke reeds als de straf van het heidendom zijn genoemd. Wij hebben hier het bewijs, dat de menschen overgegeven zijn aan een onverstandigen zin (vs. 28).

Vs. 32: „die, hoewel zij het rechtvaardig oordeel God8 kennen '), dat die zulke dingen doen den dood waardig zijn, niet slechts ze doen 2), maar ook welgevallen hebben aan hen, die ze doen."

Het verband van dit vers met het voorafgaande is dikwijls verkeerd verstaan. De apostel vervolgt niet de beschrijving van de straf maar komt terug op de zonde, die ze heeft veroorzaakt. Ontvet; bewijst zulks. Het speelt hier dezelfde rol als in vs. 25. Het misverstand is het grootst bij Ritschl. Hij beschouwt de menschen van vs. 32 en de vier volgende verzen (H. 2: 1—4) als een afzonderlijke klasse, geheel verschillende van de sedert vs. 19 geteekende zondaars. De menschen, die de waarheid in ongerechtigheid tegenhouden, vs. 18, zouden in twee soorten verdeeld zijn: „zij, die door het heidendom den zin voor de Goddelijke openbaring hebben verstikt (vs. 19—31)", en „zij, die wel de onzedelijkheden van het heidendom veroordeelen, maar zich er desniettemin in hun leven aan overgeven (vs. 32—2 : 4)". Men ziet spoedig in, dat deze onderscheiding gemaakt is om de uiteenzetting van den Goddelijken toorn eerst met H. 2: 5 te laten beginnen. De woorden van vs. 32: „hoewel zij het recht-

1) In plaats Tan S7rtyvovT€i; leest B e7riyivcoo-xovTe<;. — Bij f7nyvovT£$ voegen DE ovx evoffraev, en G- ovx eyvcurav. Verder heeft D yup na ov izovov. Vgl. Bousset, Theol. Lit.-Zeit. 1894, 655.

2) B leest in plaats van Totovviv, rvveudoxounv: Totovvret;, a-vvsvSoxovvrec

Sluiten