is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaardig oordeel Gods kennen" slaan blijkbaar terug op die van vs. 28: „zij hebben God niet in erkentenis gehouden" en betreffen dezelfde personen. Bovendien is beoordeelen om goed te keuren, vs. 32, iets geheel anders dan beoordeelen om te veroordeelen, H. 2:1, 2. Evenals olrnet van vs. 25 de straf der afgodendienaars rechtvaardigde door de herinnering aan de grootte hunner schuld, rechtvaardigt dit woord in vs. 32 het oordeel der Heidenen op zedelijk gebied in dezen zin: „Zij hebben het wel verdiend, aan dezen stroom van sociale ongerechtigheden te worden overgegeven, zij, die, hoewel in hun binnenste voor het laatste oordeel gewaarschuwd, naar deze stem niet geluisterd hebben" Eriynémt herinnert aan b èmyvévet, vs. 28; beide uitdrukkingen slaan terug op yvovreq tov ósóv van vs. 21. De laatste uitdrukking sloeg op de aan den mensch geopenbaarde godsdienstige waarheid; de beide eerste op het zedelijke licht, dat daarvan onafscheidelijk is. — Ta hxxtua* Toü hoü, eig! wat God voor rechtvaardig verklaart, hetzij onder den 'vorm van wet (H. 2: 26; 8 : 4; Luk. 1:6), hetzij onder dien van oordeel (H. 5 : 16, 18; Openb. 15: 4). Hier treedt het tweede begrip op den voorgrond, het oordeel, dat God in hun eigen hart gegraveerd had: de dood voor de zondaren. Hoe dikwijls en hoe ernstig herinneren de heidensche geschiedschrijvers en wijsgeeren aan Gods gerechtigheid! Welke schilderingen van de straffen der onderwereld bij de dichters! Philippi citeert ;Zeer gelukkig Hand. 28:4 ten bewijze, dat de Heidenen een gevoel van de Goddelijke 3/x» hadden. — De uitdrukking „den dood waardig" verstaan Bengel e. a. van den dood des lichaams, Grotius en Hofmann van de doodstraf door wereldlijke rechters. Echter past deze laatste straf slechts bij ééne van de genoemde zonden, die van cpivot; tx roiaurx duldt deze beperkte toepassing niet. En wat den natuurlijken dood aangaat, hebben de Heidenen daarin nooit de bezoldiging der zonde gezien, gelijk Philippi wil bewezen met een citaat uit Cicero: mors naturae finis, non poena; vgl. verder Oltramare t. d. p. Paulus spreekt hier dus van den dood, zooals alleen God dien kan aandoen, de straffen Godet/Jonkee, Romeinen. ln