is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Hades, welke ook de Heidenen erkenden en die Faulus, van zijn standpunt, den dood noemt. Het tweede gedeelte van het vers wijst het uiterste in de zonde aan. Zij hebben niet alleen het kwade gedaan, maar ook hen, die het deden, toegejuicht! Ook hier rechtvaardigt de geschiedenis het woord van den apostel. De Caligula s en de Nero s hebben verdedigers, zelfs bewonderaars gevonden: scharen, die hen bewierookten. Het „niet slechts, maar ook onderstelt naar waarheid, dat hij, die het door een ander bedreven kwaad koelbloedig goedkeurt, meer schuldig is, dan hij, die in den hartstocht en de verblindheid van zijn bestaan zondigt. Het eerste is de laatste en laagste trap van ontaarding van het zedelijk gevoel.

De lezing van den Claromontanus zou beteekenen: „Die, het oordeel Gods kennende, niet begrepen hebben, dat die zulke dingen doen den dood waardig zijn, want niet alleen doen zij ze, enz." Intusschen zou bij deze lezing de inhoud van het Goddelijk raadsbesluit onverklaard blijven, hetgeen weinig natuurlijk is; Paulus geeft de schuld niet aan het verstand maar aan den wil. De lezing van den Vaticanus zou beteekenen: „Die, het oordeel Gods kennende, dat die zulke dingen doen den dood waardig zijn, niet slechts deze dingen doende, maar aan die ze doen welgevallen hebbende'. Daar het werkwoord ontbreekt, zou men uit het eerste ehiv een tweede moeten halen „zijn doende", „zijn welgevallen hebbende", voor „doen", „hebben welgevallen". Deze constructie is zeer gedwongen, en waarschijnlijk is de gissing juist, dat de lezing van B niets anders is dan een inlassching uit Clemens Romanus, die zegt: „Die deze dingen doen, zijn afschuwelijk in Gods oogen, en niet slechts die het doen (si irp&GGOvTe?), maar ook die er welgevallen aan hebben (ci avvfv^oxovvTti)". „Hebben niet begrepen en „want , hetwelk de Claromontanus er aan toevoegt, schijnt een poging om de lezing van den Vaticanus te verbeteren.

De apostel onderscheidt dus in de ontwikkeling der zonde in de heidenwereld twee trappen, de eene, de natuurlijke vrucht van den verdorven zin des menschen, de andere, die