is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wone beteekenis voldoende, want het ia een schuldige onwetendheid, hieruit voortkomende, dat men de wegen Gods niet tracht te doorgronden; vgl. 1 Kor. 15:34. De uitdruk king tJ xpyirTov roü Seoü heeft iets roerends: „wat er goeds, zachts in God is" (xpwht eig. bruikbaar, van xpde/tai). De vorm „wat er goeds is in God" veronderstelt, dat er ook nog iets anders in Hem is en dat Hij Zich niet altijd ongestraft zal laten honen. "Ayeiv sluit in zich de vatbaarheid van den mensch om zich aan de werking Gods over te geven of om die te wederstaan. *) Als hij haar niet kon wederstaan, had Paulus den Joden immers ook niets te verwijten. MsTtimx beteekent eigenlijk zinsverandering.

Ys. 5. Aé stelt de vruchteloosheid van zooveel genade tegenover de heilzame werking, die God er mede bedoelde. Men moet hier niet den vragenden vorm van vs. 4 behouden, hetgeen slepend en minder krachtig zou zijn. K«t« wijst de norm aan, waarnaar de Joden handelden. Het was hun oude gedragslijn, hierin bestaande, dat zij de roepstemmen Gods met een hard en onboetvaardig hart beantwoordden; vgl. Hand. 7 :51 (iric^poTpdx^^i). Hardheid 2) is de ongevoeligheid des harten tegenover de Goddelijke genadegaven; onbekeerlijkheid is het ontbreken van elke zinsverandering, welke van zulk een goedheid het gevolg moest zijn. — Echter zijn die genadebetooningen niet eenvoudig verloren. In plaats van het goede, dat zij moesten bewerken, hebben zij een positief kwaad voortgebracht. Elke genadebetooning, die met voeten getreden is, vermeerdert den schat van toorn, die zich boven het onbekeerlijke volk ophoopt. Er is blijkbaar verband tusschen de uitdrukkingen „rijkdom van goeder-

1) Daarom staat hier nog niet, dat de bekeering, onder de leiding van Gods goedheid, vrucht van eigen krachtsinspanning ia (Van Manen, t. a. p. bl. 54). Van Hengel schrijft: Verbum 'aytiv cum Praepositione t!( variia exstat in locis, ubi in censum non venit consideratio, utrum ducendi actio cum fructu an sine fruetu fiat.

2) Baljon (t. a. p. bl. ï) wil met Van Manen (en MichelBen) in plaats van trxAiipiTtjrse a-KAtfforariJv lezen.