is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De apostel zegt letterlijk: „de volharding in het goede werk". In vs. 6 had hij het meervoud „werken" gebruikt. Hier bezigt hij het enkelvoud. Het beginsel, de eenheid van die vele werken is „de volhardende wil om het goede tot stand te brengen". Wat een mensch op dezen weg doet staande blijven is het doel, dat hij voortdurend voor oogen heeft: „heerlijkheid", een leven zonder vlek en zwakheid, geheel doorstraald van den glans der Goddelijke volmaaktheid; „eer", het welgevallen Gods, hetwelk een ieder, die er het voorwerp van is, voor altijd verheft; „onvergankelijkheid", de absolute onmogelijkheid, dat ooit aan dezen toestand een einde komt of dat hij een oogenblik wordt afgebroken. Zoo iemand mocht beweren, dat zulk een streven op iets anders gericht is dan alleen op God, antwoordt Calvijn: „met deze drie uitdrukkingen wordt niets anders beschreven dan de gelukzaligheid van het koninkrijk Gods"; wij voegen er bij: zij rust op de gemeenschap met God. Kxi, vóór de twee laatste substantiva, en de opeenhooping der uitdrukkingen geven een zekere verheffing van het gevoel te kennen. Er zijn in alle kringen menschen, die, bekoord door de schoonheid van het hier beschreven ideaal, boven alle aardsche eerzucht en boven het verlangen naar zinnelijk genot verheven zijn. Het zijn de menschen, die Jezus voorstelt onder het beeld van den koopman, die schoone paarlen zoekt. Voor hen de parel van groote waarde, het eeuwige leven! Z<a>j, het leven; niet alleen het bestaan maar ook het bestaan in vreugde en kracht. Dit woord, hetwelk in zekeren zin al de Goddelijke schatten omvat, is een waardig slot van deze verheven zinsnede.

Maar, zal men wederom vragen, waar blijven in deze beschrijving van het normale menschelijke leven het geloof en de zaligheid door het evangelie? Leert Paulus dan het heil door middel van de goede werken? Neen, hij zegt alleen, dat niemand gered wordt zonder het doen van het goede; hier handelt hij nog niet over het middel, waardoor de mensch dit ideaal bereiken kan. Zijn woord doet alleen vermoeden, dat wie met het standvastige verlangen om het