Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid!" Dat de twee termen der tegenstelling va. 7, 8 in vs. 9, 10 in omgekeerde orde zijn geplaatst, is niet alleen om het monotone van een al te precieze parallel te vermijden, maar bovenal omdat op den tweeden term van vs. 8 (toorn en gramschap) de gedachte van vs. 9 (verdrukking en benauwdheid) natuurlijker volgde dan die van vs. 10 (heerlijkheid en eer en vrede); vgl. Luk. 1 :51—53. De woorden „verdrukking en benauwdheid" beschrijven den toestand van hem, die onder de gramschap en den toorn van den rechter is (vs. 8). De verdrukking (beantwoordende aan den toorn) is de toestand van ellende, de van buiten komende straf; de benauwdheid (beantwoordende aan de gramschap) is de angst van het hart, die er uit voortvloeit. Paulus spreekt van de ziel als den zetel der gewaarwordingen (Lipsius) of als het beginsel der individualiteit (Weiss). De uitdrukking „de ziel van ieder mensch" doet de gelijkheid en de algemeenheid uitkomen. Evenwel is er in deze gelijkheid een soort van voorkeur, hetzij ten opzichte van het oordeel, hetzij ten opzichte van het heil, ten nadeele of ten voordeele van den Jood. Met „eerst" denkt de apostel aan een tijdelijke prioriteit; vgl. 1 Petr. 4 : 17. Anderen passen hier het beginsel van Jezus toe (Luk. 12:41—48), volgens hetwelk hij, die de meeste genade ontvangen heeft, ook de zwaarste verantwoordelijkheid draagt. npürov drukt echter meer het eerste denkbeeld uit; zie de opmerkingen bij H. 1:16. Wanneer iemand aan het oordeel ontkomt, zal het niet de Jood zijn; als iemand in het oordeel valt, zal hij het zijn. Ziedaar het antwoord van den apostel op de pretensie van vs. 3: oti au Jtfpcfóy, dat gij — gij, bevoorrecht wezen — ontkomen zult.

Ys. 10. Het derde woord, „vrede", duidt aan het subjectieve gevoel van den geredden mensch, op het oogenblik dat hem door den rechter heerlijkheid en eer (vs. 7) worden toegekend; het tegenovergestelde van <rTsvo%upix. Het is de diepe rust, die voortkomt uit de definitieve verlossing van den toorn en het verzekerde bezit van een onveranderlijk geluk. Het eenvoudige èpyxfyaöxi staat hier in plaats van het samen-

Sluiten