is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de stelling van den tegenstander wederlegd, maar ook het goed recht van de tegenovergestelde bewering aangetoond. — Op den dag des gerichts zullen allen, die gezondigd hebben, ieder in zijne eigenaardige verhoudingen, omkomen, waaruit de onpartijdigheid Gods blijkt.

Het is duidelijk, dat men in de twee leden van dit vers de volgende gedachte moet onderstellen: tenzij de door het evangelie aangeboden vrijspraak aangenomen wordt en vruchten der heiligmaking voortbrengt, — in welk geval faxprov niet het kort begrip en het laatste woord van het aardsche leven is. — Dat de apostel niet spreekt over een mogelijk heil in tegenstelling met de twee vormen van oordeel in vs. 12 (vgl. vs. 7, 10), is, omdat het op het oogenblik alleen de vraag geldt of het voorrecht van het bezit der wet voldoende is om den Jood voor den toorn in den dag des oordeels te bewaren; vgl. Weiss en Oltramare. — En waarom kan het bezit der wet de Joden niet voor het oordeel bewaren, zooals zij zich voorstellen? Dit wordt verklaard in vs. 13, bewezen in vs. 14, 15. Vs. 16 vormt het slot.

Ys. 13: „Want niet de hoorders der wet x) zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet 2)

zullen gerechtvaardigd worden."

De apostel zegt „hoorders", niet „bezitters" of „lezers", omdat de Joden eiken sabbat de wet in de synagoge hoorden voorlezen en de meesten hunner ze alleen langs dien weg kenden (Luk. 4: 16; Hand. 13: 15; 15 : 21). Bij God; bij de menschen was het anders: de Joden hielden elkander voor rechtvaardig vanwege het gemeenschappelijke bezit der wet. Als er voor zulk een aanmatiging reden was, zou de onpartijdigheid Gods zijn tenietgedaan, daar het bezit der wet voor de Joden een erfstuk was, niet de vrucht van zedelijke werkzaamheid. Het in de eerste helft van het vers (in het grieksch) verzwegen

1) Tou vóór vojxou in den text. ree. met KLP; de andere cod. laten het weg.

2) Text. ree. leest met EKL tov vóór vofiov.