is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkwoord staat in den tegenwoordigen tijd: „zijn" rechtvaardig; immers het is reeds nu waar; terwijl het werkwoord van de tweede helft in den toekomenden tijd staat: lutxtudfoovTxi, „zullen gerechtvaardigd worden", omdat iedere rechtvaardiging in den tegenwoordigen tijd, hoe reëel ook, om definitief te worden, de bevestiging van het eindoordeel behoeft. Als er ééne plaats is, waarin de juridische of verklarende beteekenis van (Smxioïiv (= rechtvaardig verklaren) duidelijk uitgesproken wordt, is het deze. In den dag des oordeels maakt God niet rechtvaardig hem, die het niet is, maar Hij verklaart rechtvaardig hem, dien Hij als zoodanig erkent. Deze beteekenis van „verklaren" volgt ook uit de bepaling «■«/>«, bij God, in Zijne oogen en in Zijn oordeel; hier is dus geen sprake van God als de bewerker der heiligheid in den mensch maar als de beoordeelaar en rechter (zie over de beteekenis van de uitdrukking Sikxiovv bij Paulus H. 3 : 20). — Het art. tov vóór vóftov in de beide helften van het vers, dat in enkele HSS. voorkomt, moet worden geschrapt. Paulus wil zeggen: de hoorders, de daders van een wet. Hij denkt wel aan de mozaïsche wet, maar als wet en niet als mozaïsche wet. — Uit deze woorden volgt, dat God in den dag des oordeels alleen hen voor rechtvaardig zal houden en verklaren, die werkelijk daders der wet zullen worden bevonden. ') Hoe hebben wij deze gedachte te verstaan, die wederom (zie bij vs. 6) met het beginsel van de rechtvaardiging door het geloof schijnt te strijden? Verscheidene uitleggers meenen, dat hier eenvoudig sprake is van een ondersteld geval; „het zou zoo zijn, als men de rechtvaardiging door het geloof wegdacht", zegt Meyer. Maar de apostel schrijft: „zullen" en niet: „zouden" gerechtvaardigd worden; en vs. 16, het slot van vs. 13, hetwelk ons op den dag des oordeels verplaatst, bewijst, dat het hier geldt een zeer reëel, een zeer ernstig en geenszins een ondersteld feit. De apostel wil zeggen: wanneer iemand op den dag des oordeels rechtvaardig verklaard wordt, zal hij het in werke-

1) Weiffenbach (Theol. Lit.-Zeit. 1894) houdt tb. 13b voor onecht.