is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen wet hebben, van nature de dingen doen *) die de wet voorschrijft, zoo zijn dezen, terwijl zij geen wet hebben, zichzelven een wet, 15 daar zij daardoor toonen het werk der wet, geschreven in hunne harten, terwijl hun geweten mede getuigenis geeft, en hunne gedachten onder elkander zich aanklagen of ook verontschuldigen; —"

Er zijn verschillende wijzen om vs. 14 aan het voorafgaande te verbinden. De vier voornaamste zijn wel de volgende :

1° Calvijn: Paulus rechtvaardigt het in vs. 12® over de Heidenen uitgesproken oordeel door de herinnering, dat ook zij een wet hebben, geschreven in hunne harten, welke zij willens en wetens schenden, wanneer zij zondigen. In dezen geest spreken ook Neander, de Wette, Hodge, Beek e. a. Maar van vs. 12® af zijn er te veel tusschenzinnen en belangrijke gedachten (die van het oordeel der Joden door de wet, vs. 12b, en van de rechtvaardiging der rechtvaardigen alleen op den dag des gerichts, vs. 13) dan dat „want" van vs. 14 daarop zou kunnen slaan. Ook kan men vragen of het noodig was, den Joden de rechtvaardigheid te bewijzen van de straf, welke de Heidenen zou treffen? Eindelijk wordt de gevolgtrekking, welke de apostel dan in het oog zou gehad hebben, niet vermeld in het volgende.

2° Meyer laat „want" slaan op „daders der wet" (vs. 18). De Heidenen kunnen evengoed als de Joden deze eigenschap bezitten en bijgevolg door het doen van het goede behouden worden. Want zij hebben, gelijk vele hunner daden bewijzen, de norm van het goede in zichzelven. De verbinding is eenvoudig en logisch. Maar heeft de apostel werkelijk kunnen zeggen, dat een Heiden door het onderhouden van de natuurlijke wet gerechtvaardigd kan worden? Dat is on-

1) Text. ree. leest met EKLP toiii , maar K A B hebben notvc-tv en DG

7TOIOVO-IV.