Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachte van vs. 15 en een tautologie veroorzaken. Voor het oogenblik zegt de apostel alleen: „in die gevallen wordt hun met zedelijk instinct begaafde „ik" wet voor hen", om vervolgens (vs. 15) het bewijs hiervoor te geven. Men haalt een gelijkluidende uitdrukking aan van Aristoteles, hetgeen niet kan bevreemden, daar het hier eenvoudig een feit van het menschelijke bewustzijn geldt: Eth. Nicom. IV, 14: „De edele mensch zal zóó handelen, als ware bij zichzelven een wet (oTov vóf*o; Siv kxvTÜ)".

Vs. 15. Het pron. omve? qualificeert de bedoelde Heidenen en kan aldus omschreven worden: „Inderdaad, door

zoo te handelen, bewijzen of openbaren zij ". — Men

kan het volgende aldus vertalen: „toonen, dat het werk der

wet is geschreven in ". Maar eenvoudiger is: „toonen

het werk der wet (als) geschreven in hun hart". De zedelijke daad van den Heiden bewijst, dat de inhoud der wet in zijn binnenste aanwezig is. De woorden ypxirriv tv txIi; xxp^txig otvrüv vormen blijkbaar een tegenstelling met de wet van Sinaï, die ook geschreven was, maar op steen. — Het hart is in de Schrift altijd het brandpunt der instinctieve gevoelens , bijgevolg de bron der onmiddellijke impulsies, die zoowel de werking van het vérstand als de richting van den wil bepalen. Al heeft de Heiden niet de openbaring van den Jood, nochtans bezit hij de natuurlijke zedelijke inspiratie , die hem tot wet wordt, gelijk inderdaad zijne grootsche daden bewijzen. Zijn er niet onderscheidene voorbeelden te noemen, dat hij zijn eigenbelang, ja zichzelven aan den plicht ten offer bracht ? Het meervoud „hunne harten" maakt ieder individu tot den zetel van die innerlijke wetgeving. De uitdrukking to spycv toü vó//,ov is niet synoniem met tx toD vó/aou, vs. 14. Daar was sprake van „doen"; het „doen" geldt bij den Heiden slechts van bijzondere punten der wet en nooit van de geheele wet. Maar hier geldt het de wet, zooals die in het hart gegraveerd is; daarom kan van het geheel gesproken worden; geen gebod van den dekaloog, behalve het ritueele aangaande den sabbat, waarvan men niet zeggen kan, dat het in het geweten van den Heiden is

Sluiten