is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschreven. Van deze innerlijke wetgeving getuigen de afzonderlijke daden, waarmede hij nu eens dezen dan weder een anderen plicht vervult. Ta l-pyov tov vónov wijst op den inhoud van deze wet, als één geheel beschouwd, in tegenstelling met de letter der talrijke sinaïtische voorschriften (vgl. ro spyov xyotMv vs. 7); het verschil in beteekenis tusschen deze uitdrukking en tx toü vófiou (vs. 14) springt in het oog. — De Heiden bezit en hoort dus de wet in zijn hart, omdat hij op bepaalde oogenblikken uit eigen beweging doet wat de wet gebiedt. Daaruit volgt, dat ook hij een hoorder der wet is vó,uou) en evengoed als de Jood

behouden zou worden, wanneer het hooren der wet voldoende was. Paulus gaat echter nog verder. Wanneer de israëlietische gemeente in de synagoge de wet had hooren voorlezen, sprak zij haar welbewuste instemming uit met een plechtig Amen. Ook in dit opzicht staat de Heiden gelijk met den Jood. Want, na de wet gehoord en die instinctmatig gehouden te hebben, geeft ook hij zijn welbewuste instemming te kennen door het goedkeurend oordeel van zijn geweten. Het woord avvefèyan; beteekent meer dan een eenvoudig zedelijk instinct. Het is afgeleid van e'iïèvxt en wijst dus op een functie van den vovc, het onderscheidingsvermogen, waarmede de menschelijke ziel begaafd is, en wel öf, als verstand , ter onderscheiding van het ware en het valsche, öf, als geweten, van het goede en het kwade. Ttiv, waarmede het woord in het grieksch is samengesteld, doet het intieme van deze kennis uitkomen. Paulus wil zeggen, dat hetgeen instinctmatig onder de pressie van het natuurlijke gevoel van zedelijke verplichting gedaan is, daarna door het wei-overlegde oordeel van het geweten wordt goedgekeurd; natuurlijk wordt het geweten bedoeld, niet als de daad bevelende, maar als die beoordeelende, nadat zij eenmaal geschied is (conscientia consequens). — 2ui/ in ouftfiupTvpoóirti; kan niet pleonastisch zijn. Het wijst op het samenstemmen van de conscientia antecedens et consequens en beider getuigenis aangaande de goede gesteldheid van de daad, die door de eerste bevolen, door de tweede goedgekeurd is. Volkmarzegt: „Hun geweten