is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jood en steunt op de wet en u beroemt in God, 18 en den wil kent en de verschillende gevallen weet te onderscheiden, onderwezen als gij zgt door de wet, 19 en uzelven bekwaam acht een leidsman der blinden te zijn, een licht voor degenen die in duisternis zijn, 20 een opvoeder der onverstandigen, een leermeester van onwetenden, omdat gjj de formule der kennis en der waarheid in de wet bezit "

In plaats van iSi (T. R.) moet men in elk geval lezen fi Si; het duidt den natuurlijken overgang aan van de beginselen op hun toepassing; de andere lezing schijnt een gevolg van ithacisme te zijn (si uitgesproken /). Ai kan vertaald worden door „maar" (Tholuck, Meyer, Weiss, Reuss); het zou dan de tegenstelling aanwijzen tusschen het gedrag van den Joocl en den eisch van het ware oordeel om slechts den dader der wet te rechtvaardigen (vs. 13). Echter duidt Si veeleer den overgang van het beginsel op de toepassing aan, zooals bij de verhouding van den mnjor en den minor van een syllogisme; het moet vertaald worden door „nu". In den grond der zaak dezelfde gedachte, maar minder forsch uitgedrukt. Welke is echter de hoofdzin, waarvan „indien nu" afhangt? Winer, Oltramare e. a. meenen, dat Paulus door de lengte van den bijzin (vs. 17—20) de constructie, die met „indien nu" begonnen was, vergeet en vs. 21 den hoofdzin begint met „dus", hetgeen niet meer aan het begin beantwoordt. Volgens Winer moet de beteekenis van den hoofdzin dan deze zijn: „Gij, een Jood, moet dus overeenkomstig de wet handelen", hetgeen volstrekt niet de gedachte is van vs. 21—24. Volgens Oltramare zou de bedoeling zijn: „Gij zondigt door uw gedrag". Maar die zonden van den Jood (vs. 21—24) zijn nog niets anders dan de praemisse, welke de slotsom (in den hoofdzin) moet voorbereiden; zij kunnen dus niet den hoofdzin zeiven vormen. Hetzelfde bezwaar geldt de constructie van Meyer, Volkmar, Philippi,