Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heiden geldt (die deze wet niet de zijne kan noemen), is het art. er bijgevoegd". Paulus stelde zijne brieven zorgvuldig.

Men kan vs. 27 vertalen: en zoo zal hij u oordeelen. Maar het past beter bij den levendigen toon van het stuk, in vs. 27 de vraag van vs. 26 voort te zetten: „En zal hij zoo (door deze toerekening) u niet oordeelen ?" De gedachte is analoog aan die van Luk. 11 :31, 32 en Matth. 12:41, 42, ofschoon de gevallen verschillen: daar zijn het de Heidenen, die door hun berouw en hun liefde tot de waarheid de Joden veroordeelen; hier zijn het de Christenen uit de Heidenen, die het door hun volbrengen der wet doen. — Osterwald en Oltramare willen in plaats van oordeelen lezen „veroordeelen". Ten onrechte: vgl. vs. 1, waar de twee woorden uitdrukkelijk onderscheiden worden. De Joden stelden zich voor, dat zij niet slechts de veroordeeling maar ook het oordeel zouden ontkomen; en het is voorzeker hard, dat zij niet slechts met de Heidenen, maar ook door de Heidenen zouden geoordeeld worden. Over tov vi/tov reXtlv, zie bij vs. 26. De liefde, welke het evangelie in het hart van den geloovigen Heiden uitstort, is de vervulling der wet: Rom. 13:10; Gal. 5:14. De praep.

3ti, eig. door heen, wijst hier, gelijk meermalen,

den toestand, het milieu aan, waarin een daad tot stand komt: vgl. 2 Kor. 2:4; 1 Tim. 2:15; HebrJ 2:15. De beteekenis is dus: „in het volle bezit van (Weizsacker: samt) de letter en de besnijdenis".

De vernedering van den ongehoorzamen Jood tot den rang van Heiden (vs. 25) en de verheffing van den gehoorzamen Heiden tot den rang van Jood (vs. 26), door het oordeel Gods, rechtvaardigt Paulus in de twee volgende verzen, het één in vs. 28, het ander in vs. 29.

Vs. 28, 29: .Want niet hij is Jood, die het in 't openbaar is, en niet dat is besnijdenis, wat het in 't openbaar in het vleesch is; 29 maar Jood is hij, die het in 't verborgen is, en besnijdenis

Sluiten