Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loften, niet ijdel geworden door Israël's ongeloof? Het is het

tweede, dat hij ontwikkelt.

Vs. 3, 4: «Hoe toch? Indien sommigen niet geloofd hebben, zal hun ongeloof de trouw Gods te niet doen? 4 Dat zij verre! Maar God zij waarachtig en ieder mensch leugenachtig, gelijk ') geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uwe woorden en overwint2), als men U oordeelt."

De tegenwerping vloeit voort uit het zoo even geconstateerde feit. Israël had de beloften, maar toen zij vervuld werden, was Israël zelf uitgesloten en waren het de Heidenen, die zich in hun bezit verheugden. Men zou het vraagteeken na tivis kunnen zetten: „Hoe toch, als sommigen niet geloofd hebben?" Maar het is beter, het na t/ te plaatsen, en „indien sommigen niet geloofd hebben" met de volgende vraag te verbinden (zie de vertaling). Paulus bezigt gaarne korte vragen als: hoe toch? maar hoe? Zij waren geschikt om de aandacht te wekken. Hij gebruikt het partikel „want" in plaats van „maar", omdat hij terstond de tegenwerping wil karakteriseeren, als in zijn geest reeds opgelost. Aan welk ongeloof der Joden denkt de apostel hier? Volgens de Wette, Philippi, Weiss e. a. aan hun onophoudelijke ongehoorzaamheid jegens Jehova onder het Oude Verbond; de trouw Gods, die door deze voortdurende ontrouw niet opgeheven werd,' was dan de zending van den Messias, overeenkomstig de oude beloften. Echter wijst de aoristus frirwxv eerder op een positief historisch feit dan op een voortdurenden toestand, terwijl het pron. r<vi? niet toepasselijk is op een volk, hetwelk in zijn geheel meer of min ongehoorzaam was; vgl. H. 3:19, 20. Evenmin begrijpt men, hoe de apostel

1) B lezen KocQx7rep in plaats van

2) De text. ree. leest met BOKL; NADE hebben (deïelfde variant wordt in de Sept. gevonden).

Sluiten