is toegevoegd aan je favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sept. vertaalt: en Gij overwinnaar zijt (Uw zaak wint), wanneer Gij in proces zijt, of wanneer Gij geoordeeld wordt (naarmate men het werkw. Kpivstdxi als medium of als passivum opvat). De apostel volgt hier de Sept. en neemt het woord waarschijnlijk in de beteekenis van „in proces zijn , welke het dikwijls heeft (1 Kor. 6:1—6), zelfs in het passivum (Matth. 5:40). De Joflen deden inderdaad God een proces aan door Hem van ontrouw te beschuldigen, nu Hij hen verwierp om de Heidenen hun plaats te laten innemen. Paulus antwoordt met de woorden van den psalmist, dat God zegevierend uit dit proces komen zal (vgl. H. 9 11). Weizsacker: „und Recht behaltest, wo man nut dir rechtet . De trouw Gods zal in weerwil van de ontrouw van Israël triomfeeren. Deze gedachte leidt tot een nieuwe tegenwerping, welke het derde punt van de redeneering uitmaakt.

Vs. 5,6: „Maar indien onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bewijst, wat zullen wij dan zeggen? Is God niet onrechtvaardig — ik spreek naar den mensch als Hij toornt? 6 Dat zij verre! Want hoe zal God anders de wereld oordeelenT

Het scheen, dat Paulus wilde zeggen, dat God den val van Israël had gewild om des te luistervoller Zijne volmaaktheden te openbaren. De apostel maakt daarvan een tegenwerping en vraagt, hoe God kan toornen tegen iemand, wiens daden moeten dienen om Hem te verheerlijken. Oltramare legt die tegenwerping in den mond van een ongeloovigen Jood, Lipsius van een Christen uit de Joden. Beide opvattingen zijn overbodig. Uit de volgende woorden: „ik zeg dit op de manier van een jmensch" blijkt, dat Paulus in eigen naam spreekt en de bedenking afkomstig is van hemzelven. De tegenstelling tusschen gerechtigheid en ongerechtigheid vervangt hier die tusschen waarheid en leugen (vs. 4), gelijk deze weder in de plaats gekomen was van die tusschen trouw en ongeloof (vs. 3). In het gegeven geval