Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meent met meer recht, dat de apostel het antwoord van vs. 6 wil bevestigen. Maar hoe? Volgens Meyer is de bewijsvoering aldus: „Wanneer God werkelijk onrechtvaardig was, zou Hij de wereld alleen om de slechte gevolgen van het kwaad kunnen oordeelen, want dan zou het kwaad, als kwaad, Hem onverschillig zijn. Maar wanneer de gevolgen van het kwaad God verheerlijkten, zou er niet één reden voor Hem zijn om te oordeelen." Is er in al de geschriften des apostels een zoo gekunstelde redeneering aan te wijzen? Weiss geeft de volgende verklaring: „Door te zeggen „mijn leugen" en „ook ik", spreekt Paulus van zichzelven. Hij zou de Joden, die zijn prediking bedrog noemden en hem met het oordeel Gods bedreigden, antwoorden, dat hij voor zich aanspraak maakt op het beginsel, dat zij op zichzelven toepasten. Hij weet nl. ook, dat zijn zonde evengoed als de hunne moet vergeven worden om de zegenrijke gevolgen, welke God er uit doet voortkomen". Deze verklaring schijnt ons de bewondering van Grafe niet te verdienen. Was zij juist, dan moest de Jood, die volgens Weiss door Paulus wordt aangesproken, erkennen, dat zijn volk werkelijk had gezondigd met Christus te verwerpen. Verder zouden dan toch ook de zegenrijke gevolgen, welke de leugen van Paulus voor de waarheid Gods kon hebben, met een enkel woord in het verband zijn aangeduid. En eindelijk: hoe vreemd zou dan de uitdrukking in den mond van den apostel zijn: „Als gij aan het oordeel van uw zonde ontkomt, dan mag ik ook niet geoordeeld worden vanwege het bedrog, dat gij mij toeschrijft." Zou Paulus zoo zouteloos kunnen schrijven ? Dit vers bevestigt eenvoudig de juistheid van de in vs. 6 getrokken conclusie. De apostel had gezegd: „Wanneer het goede, hetwelk God uit het kwade doet voortkomen, aan God het recht tot straffen ontneemt (vs. 5), zou het oordeel der wereld daardoor vanzelf vervallen (vs. 6)". Om deze conclusie te rechtvaardigen voegt hij er zeer logisch bij: Want (vs. 7) dan kan ieder zondaar met evenveel recht yoor den rechterstoel Gods komen en zeggen: ook ik heb met mijn zonde medegewerkt tot de verheerlijking van Uwen

Sluiten