is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam", en zou hij bijgevolg moeten worden vrijgesproken. — Paulus komt Lier terug op de termen „waarheid Gods" en „leugen der menschen", die hij in vs. 4 gebruikt had, en welke alleen tengevolge van de uitdrukkingen van den aangehaalden psalm door de termen „gerechtigheid" en „ongerechtigheid" waren vervangen. Reiche laat de uitdrukking „waarheid Gods" slaan op het monotheïsme der Joden, die van „leugen" op het Heidendom (vgl. H. 1 : 25). Inderdaad zou men dit gansche vers kunnen leggen in den mond van een Heiden, die de Joden antwoordde: „Gij zult om de zegenrijke gevolgen van uw misdaad van de straf ontheven zijn; wij maken voor ons heidendom op hetzelfde voorrecht aanspraakvgl. de uitdrukking &[*.xpTw\ós aan thet einde van het vers, die dan als de gewone aanduiding van den Heiden moet worden opgevat. Echter zou deze beteekenis alleen dan waarschijnlijk zijn, wanneer Paulus in het voorafgaande iets gezegd had over de verheerlijking, waarmede het heidendom God kan verheerlijken. Kxyê beteekent: „ik, evengoed als de andere zondaars". Het is als ziet men ze allen één voor één voor den rechterstoel Gods verschijnen met hetzelfde antwoord, hetwelk hun oordeel onmogelijk maakt. "Er/ wil zeggen: „zelfs nadat mijn zonde zulke heilzame gevolgen heeft gehad".

Vs. 8. De apostel drijft zijn wederlegging tot het uiterste; hij trekt de consequenties van het bestreden beginsel, de verontschuldiging der zonde omdat God het goede uit het kwade laat voortkomen, tot in het absurde of, laat ik liever zeggen, tot in het godslasterlijke door. Ware het zoo, dan verviel niet alleen het oordeel (vs. 6, 7), maar men moest ook verder gaan en zeggen: „Laat ons meer zondigen om aan God overvloediger gelegenheid tot weldoen te geven!" De woorden tuu w moesten eigenlijk onmiddellijk gevolgd worden door het werkwoord „doen wij het kwade", hetwelk aan het einde van den zin staat. In het hollandsch moeten wij ook vertalen, alsof het eene dadelijk op het andere volgt. Maar in het grieksch wordt de zin afgebroken door de inlassching van een tusschenzin, welke moet aanduiden f dat dit juist het beginsel is, hetwelk Paulus en de zijnen