is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst noemt Paulus in woorden der Schrift de meest algemeeue trekken van het menschelijk bederf (vs. 10 12) Vervolgens vermeldt hij twee bijzondere soorten van openbaringen van dit bederf (vs. 13-17), om eindelijk te besluiten met een algemeenen trek, welke tevens de oorzaak van het kwaad aanduidt (vs. 18).

Vs. 10—12: «gelijk geschreven staat: Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één; 11 er is niemand^ ) die verstandig is, niemand die God zoekt2); 12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden, er is geen die goeddoet 3), zelfs niet één."

Deze zes zinsneden zijn ontleend aan Ps. 14 . 1 3. Michaelis, Fritzsche, Oltramare beschouwen het eerste vers (vs. 10) als van Paulus; het zou bestemd zijn om de algemeene gedachte weder te geven, welke de volgende aanhalingen moeten bewijzen. Als motief noemen zij, dat Paulus „die het goede doet" (Ps. 14:1) vervangt door „rechtvaardig". De twee uitdrukkingen staan echter gelijk; Paulus ontleent de zijne aan het verband (het ontbreken van alle Zucxmuw des menschen vóór God). Het 10® vers, door de formule „gelijk er geschreven staat" voorafgegaan, en door een bepaalde aanhaling gevolgd, moet zelf tot de aanhaling behooren (zie Weiss). — Bij den eersten oogopslag schijnt deze psalm het oog te hebben op de bedorvenheid der Heidenen: vgl. vs. 4: „zij eten mijn volk op alsof zij brood aten" Maar „mijn volk" kan ook beteekenen het ware volk van Jehova, „de ellendigen" (vs. 6), in tegenstelling met de trotschen en de geweldigen, zoowel binnen als buiten de theokratie. Dan past de beschrijving op het zedelijk karakter

1) A B G laten o vóór truviuv weg.

2) B G laten o vóór weg (B i %ïtm).

3) N D E lezen het art. o vóór