is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woord „wet" in meer algemeene beteekenis op te vatten eu het ook te verstaan van de natuurlijke wet in het hart der Heidenen. Oltramare beroept zich vooral op de overweging, dat de apostel niet schrijft „tot de Joden" maar „tot hen die onder de wet zijn", d. i. „tot ieder, wiens gedrag door een wet beheerscht wordt", dus ook tot de Heidenen. Intusschen zag hij twee dingen over het hoofd: 1° Dat de omschrijving „tot hen die onder de wet zijn dienen moet als bewijs. Paulus doet een beroep op het gezond verstand zijner lezers (o"$%iAev): de wet richt zich tot diegenen aan wie zij gegeven is! Hij antwoordt eenvoudig op de mogelijke tegenwerping, dat onderscheidene citaten op de Heidenen betrekking hebben; 2° Dat dit stuk begonnen is met de vraag: „Hebben wij,,Joden, iets op de Heidenen voor?" Het vonnis der Heidenen was reeds geveld in H. 1 en er was geen reden, nog eens op hen terug te komen. Om het oordeel te kunnen uitstrekken over de geheele wereld, moest het alleen nog ten aanzien der Joden gestaafd worden. En dit doet Paulus door de aangehaalde plaatsen. Hierop volgt, logisch, de conclusie: „alle mond is gestopt, de geheele wereld is strafschuldig". Op deze wijze verklare men ook „opdat", hetwelk door sommigen wordt gelijkgesteld met zoodat". Het O. T. heeft van de algemeene verdorvenheid gesproken tot de Joden, opdat, als de mond der Joden gestopt was — van hen, die alleen zich het recht zouden kunnen toekennen, te reclameeren —, hiermede ook aan eiken mond het zwijgen was opgelegd. — K*i beteekent hier „en dat alzoo". 'TjtiiSixot is een rechtsterm, ook in het klassieke grieksch gebruikelijk; hij wijst den man aan, wien de straf wacht, nadat de rechter hem veroordeeld heeft (vgl. vs. 9: xmxirtui). Yiv/iTxt moet niet in logischen zin (erkend worde) worden opgevat; het beteekent „zij" (in werkelijkheid); letterlijk „worde". Wanneer het vonnis is uitgesproken, blijft

alleen de uitvoering over.

De laatste woorden van het vers — een contrast — hebben iets bijzonder plechtigs: „de geheele wereld en „voor God". Aan den eeneu kant: God op Zijn rechterstoel; aan