is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaak vormen (oüx Ipiut ïikxiujci)" . Justinus, Cohort, ad Gentil. (2, 46 ed. Otto): „Toen hij het goedvond (iSixxt'vre), de Joden uit Egypte terug te voeren". Eindelijk in de kerktaal: „Het is goedgevonden (h^iKxtürxi) door de heilige synode". Met den accusativus van den persoon beteekent het woord: rechtvaardig behandelen, het meest in sensu malo: veroordeeleu, straffen. Aristoteles stelt in Nicom. 5, 9 aSixsïiró xi, onrechtvaardig behandeld worden, tegenover tiiKxuüirOxi, rechtvaardig behandeld worden. Aeschylus, Agam. 391—393, zegt van Paris, dat hij zich niet heeft te beklagen, als hij ongunstig beoordeeld wordt (hxxiuóe/«); hij krijgt wat hem toekomt. Thucyd. 3, 40: „Gij zult uzelven veroordeelen (cSixxiciirsirOe)". Herod. 1, 100: „Wanneer iemand een misdaad had gepleegd, liet Dejoces hem komen en bestrafte hem (èStxxieu)". Bij gelegenheid van de wraak, die Cambyses op de egyptische priesters nam, zegt Herodotus (3,29): „En de priesters werden gestraft (iSixxievvTo)". Ook vindt men bij Dio Cassius ïtxxtovv en bij Aelianus hxxioïiv rw Sxvxtc,) in de beteekenis van „straffen met den dood".

In het profane gebruik beteekent het woord dus: voor rechtvaardig houden of rechtvaardig behandelen (meestal door te veroordeelen of te straffen); in beide gevallen wordt het recht vastgesteld bij rechtspraak, niet door mededeeling van gerechtigheid. Hieruit volgt, dat blijkens het klassieke spraakgebruik het woord rechtvaardig verklaren" niet „rechtvaardig maken" beteekent.

Intusschen berust de beteekenis van Sikxioï/v in het N. T. minder op het profane grieksch dan wel op het gebruik van het woord in het O. T., volgens den hebr. tekst of volgens de Septuaginta. Inzonderheid dienen wij ons dus hierbij te bepalen. In het hebr. correspondeert met „rechtvaardigen" de piël en de hifil van tsadak, rechtvaardig zijn. De piël tsiddek beteekent in de vijf gevallen, waarin hij gebruikt wordt, niet „rechtvaardig maken" maar „rechtvaardig doen schijnen" of „rechtvaardig verklaren". De hifil hitsdik

1) Job 32:2; 33: 32; Jer. 3:11; Ezech. 1G : 51, 52.

14*